Nieuwe werkwijze legt basis voor betere sturing op wachttijden

Het gezamenlijke verhaal

Het gezamenlijke project wachttijden op basis van declaratiedata in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) dient hoofdzakelijk twee doelen. Enerzijds verlaagt het de administratieve lasten voor zorgaanbieders bij het aanleveren van wachttijdinformatie. Anderzijds maakt het de informatie over de wachttijden betrouwbaarder en completer. De eerste reacties uit het veld zijn positief.

Hoewel de nieuwe werkwijze in de ggz nog geen directe oplossingen biedt voor de wachttijdproblematiek, biedt het wel een goed fundament om hierin vervolgstappen te zetten. Een voorbeeld hiervan is dat de verbetering van de datakwaliteit ruimte biedt voor gerichtere interventies op het gebied van zorginkoop, zorgbemiddeling en voorspelling van wachttijden.  

Ggz-zorgaanbieders

Voor de ggz-zorgaanbieders is de verlaging van de administratieve lastendruk een deel van de winst van het project. De wachttijden hoeven niet meer handmatig aangeleverd te worden via het Zorgbeeldportaal, maar kunnen automatisch uit de declaratiedata worden gehaald. Maar de ggz-zorgaanbieders kijken ook verder. Parnassia stelt: “Veel hogere datakwaliteit is de grootste winst die ik zie. Je kunt data gedreven de problematiek aanpakken en dat is een enorme stap voorwaarts.” Lentis: “We willen als zorgaanbieder kunnen voorspellen hoe lang iemand op een wachtlijst zal staan. Daarvoor moeten we uit retrospectieve datatrends kunnen ontdekken en dat lukt alleen als de kwaliteit van die data goed is. Dat is wat we mogen verwachten dat dit project gaat bieden.” 

De basis voor verbetering

MIND, het aanspreekpunt voor alle vragen rond psychische gezondheid, benadrukt het belang van een goede uitwerking in de praktijk: “Het is belangrijk dat in de praktijk goed gemonitord gaat worden wat het werkelijk oplevert. Daarbij moeten bijvoorbeeld ook de schommelingen in het aanbod – denk aan ziekte of vakantie van een behandelaar – worden meegenomen.” Ook de belangenvereniging voor ambulante ggz-instellingen MEERGGZ is genuanceerd, maar ziet zeker kansen: “Het is ook kwetsbaar, omdat het afhangt van de vraag hoe goed de relatie tussen partijen is. Maar ik zie ook dat steeds meer partijen er de meerwaarde van zien. Ze beseffen dat het handig is elkaar te kunnen bellen om samen iets op te lossen. Partijen staan meer open voor elkaar.” 

De zorgverzekeraars

De zorgverzekeraars – die zelf een rol hebben gespeeld in de totstandkoming van het project – zijn blij met de stap die nu is gezet. Zilveren Kruis ziet mogelijkheden om meer sturing te gaan geven aan de wachttijden: “Betrouwbaardere wachttijdeninformatie als basis voor de beweging van beelden naar feiten en daaropvolgende interventies. Alles begint met duidelijkheid over waar de knelpunten in de ggz écht zitten.” VGZ belicht de kansen voor regionale aanpak van de wachttijdproblematiek: “Nu kunnen we een plan maken voor de regio waar we zien dat het probleem het grootst is. En belangrijk voor onze verzekerden: met de gerichtere mogelijkheid voor wachtlijstbemiddeling die we nu krijgen, kunnen we hen helpen tot een kortere wachttijd te komen, en hen vooraf een betere inschatting geven van hoe lang die zal zijn.” 

Vektis, het business intelligence centrum voor de zorg, kijkt met een overkoepelende blik naar het belang van het project: “Belangrijk is dat zorgverzekeraars nu ook een beter overzicht hebben van de kleinere ggz-zorgaanbieders. Samen zijn die verantwoordelijk voor een groot deel van de populatie, dus ook zij kunnen in de wachtlijstbemiddeling een rol van betekenis spelen.”

Onze kijk

De Nederlandse Zorgautoriteit zelf is blij met de positieve reacties: “Wij zagen, net als het veld, de meerwaarde van het gebruik van de declaratiedata en daarmee de noodzaak om de verwijsdatum verplicht te stellen. Dat we dit gezamenlijk oppakken is zo waardevol voor de ggz.”