Interview

Data als basis voor gerichtere discussie over en interventies

Het verhaal van de Parnassia Groep

Het gezamenlijk benutten van hogere datakwaliteit. Dat ziet Ruud Haan als de grootste winst voor de geestelijke gezondheidszorg (ggz)

Vanuit zijn functie zit Haan in het gebruikersoverleg wachttijden in de ggz van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). “De wachttijden zijn al jaren een knelpunt”, vertelt hij. “Als tweedelijns ggz-zorgaanbieder ontvangen wij verwijzingen van huisartsen. De toenemende vraag kunnen we met het bestaande aanbod niet aan.” 

Het is een probleem waarvoor gezamenlijk urgentiebesef bestaat, stelt hij. “In een van de werkgroepen binnen het Integraal Zorgakkoord bracht de NZa het voorstel in om wachttijden te berekenen op basis van declaratiedata. Een voorstel waar wij als zorgaanbieders erg blij mee waren, omdat we die berekening nu nog zelf moeten doen. Gelukkig hebben de zorgverzekeraars deze mogelijkheid ook heel snel onderzocht.”  

De winst

Zo ontstond het project wachttijden op basis van declaratiedata in de ggz. Haan: “Een deel gaat over de vermindering van administratieve lasten, maar dat is naar mijn idee niet de grootste winst. We hebben daar een query voor (een query is een opdracht waarmee je informatie opvraagt), dus het is geen maandelijkse ballast voor onze zorgprofessionals. De winst zit elders.” 

Haan vertelt verder: “De praktijk is nu dat iedere zorgaanbieder zelf beslist hoe die invulling geeft aan de verplichting in het kader van de transparantieregeling ggz om zijn wachtlijstdata aan te leveren, uitgesplitst naar vestiging en diagnosegroep. In de manier waarop dit gebeurt zitten verschillen tussen zorgaanbieders. De NZa ziet soms ook opvallende zaken in de datakwaliteit: dezelfde getallen per diagnosegroep bijvoorbeeld, of maandenlang exact dezelfde cijfers. En niet alle zorgaanbieders leveren hun data altijd op tijd aan. Dat alles vertroebelt het beeld. En dat is lastig als je meer met de data wilt doen en een eenduidig beeld nodig hebt. Zeker bij een maatschappelijk probleem als de toegang tot de ggz, waarbij je maar niet de vinger op de zere plek kunt leggen.”  

Met wachttijden op basis van declaratiedata lijkt dit verleden tijd. 

“Een deel van de winst zit in de verlaging van administratieve lastendruk. Maar veel hogere datakwaliteit is de grootste winst die ik zie.”

Nieuwe aanpak

De nieuwe aanpak maakt het mogelijk om wachttijden te beschrijven op basis van data die toch al in het hele proces aanwezig zijn. Je ziet wanneer iemand is verwezen, wanneer de intake plaatsvond en wanneer het eerste diagnostisch consult is gedaan. Die veel hogere datakwaliteit is volgens Haan de grootste winst. “Je kunt datagedreven de problematiek aanpakken. Dat is een enorme stap voorwaarts. En omdat je uitgaat van declaratiedata, is het datavolume ook veel groter: alle zorgaanbieders declareren immers de geleverde zorg.” 

Dat betekent niet dat de wachtlijstproblematiek meteen is opgelost, benadrukt hij. “Wel kunnen we met betere data gerichter discussiëren over de wachttijden en gerichtere interventies plegen, bijvoorbeeld op wachtlijstbemiddeling. Zorgverzekeraars kunnen zo ook beter zien waar in een regio meer zorg moet worden ingekocht. Maar dan moeten wij als ggz-instellingen de mensen nog wel hebben. Voor de individuele cliënt verandert er op korte termijn waarschijnlijk nog weinig, maar deze aanpak helpt ons zeker verder.” 

Beeld: © Parnassia Groep

Zaken regelen

Natuurlijk zijn er haken en ogen, stelt Haan. “Het aanleveren van de verwijsdata is in de regelgeving van het zorgprestatiemodel een optioneel element”, vertelt hij. “Die regel moest dus worden aangepast en dat kostte tijd. Maar de waarde ervan is dat het de NZa de mogelijkheid geeft om meer gericht toezicht te houden op de zorgplicht.” 

Een ander punt betreft zorgaanbieders met meerdere locaties, zoals Parnassia Groep. Haan: “Wij moeten de wachtlijstinformatie per locatie aanleveren. Ons eigen registratieproces moet daarom worden ingeregeld om dit op postcode op plaats van levering te kunnen uitsplitsen. Dat proces moet eind 2026 zijn afgerond. Tot die tijd leveren we alle informatie nog zelf per regio aan bij de NZa.”