Van blindvaren naar gericht sturen

Het verhaal van VGZ

Zorgverzekeraar VGZ is blij dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) samen met de betrokken partijen de tekortkomingen van de wachttijdinformatie in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) proactief heeft opgepakt. De verwachting dat het project wachttijden op basis van declaratiedata in de ggz structurele verbetering gaat brengen, is groot.

Ubert Klink wilde al een paar jaar geleden een vinger krijgen achter de wachtlijsten in de ggz. ”Ik had het idee dat daarin ergens wat fout zat”, vertelt hij. “In Excel sheets ontdekte ik het patroon dat zorgaanbieders voor elke diagnose hetzelfde aantal mensen aangaf in de registratie. De data waren dus niet voldoende betrouwbaar en bruikbaar. Omdat ik geen data-expert ben, lieten we de Vrije Universiteit op basis van geanonimiseerde data onderzoek doen. Dat leidde tot dezelfde conclusie. Na correctie gingen de wachttijden in de ene regio met tientallen procenten omhoog en in de andere evenveel omlaag.” 

In gesprek met de NZa merkte hij dat daar ook de urgentie werd gevoeld om dit probleem aan te pakken. Zij bleken intussen ook bezig te zijn met interventies naar zorgaanbieders toe en aanpassingen in het aanleverportaal, om de kwaliteit van data omhoog te krijgen. “Ook was de NZa op dat moment al met Zilveren Kruis aan het zoeken naar alternatieve methoden om de wachtlijsten in kaart te brengen”, zegt Koen Gorgels. “Op basis van wat wel werd aangeleverd in declaraties – aanmelddatum, eerste diagnostisch consult, eerste behandeldatum – was al te zien hoe lang een verzekerde had gewacht tot behandeling startte. Waarbij je ook kon kijken of een zorgaanbieder voldoet aan de afgesproken normen (Treeknorm). De verwijsdatum was echter geen verplicht veld en de datakwaliteit was niet altijd goed. Een ander probleem was dat ggz-zorgaanbieders met meerdere locaties niet op locatieniveau data aanleverden in declaraties waardoor je geen beeld per locatie kreeg.” 

“Met gerichtere mogelijkheid voor wachtlijstbemiddeling kunnen we verzekerden helpen tot een kortere wachttijd te komen en vooraf een betere inschatting geven van hoe lang die zal zijn.”

Dashboard

“Binnen VGZ hebben we vervolgens onze eigen analyses gedaan”, vervolgt Gorgels. “De methodiek van Zilveren Kruis en van ons bleek grotendeels overeen te komen. Dus dit was een goede basis om dit samen landelijk op te pakken. Vanuit VGZ hebben wij dit plan direct gesteund en zijn ook betrokken bij de doorontwikkeling. Hoe meer data we tot onze beschikking hebben, hoe beter ons beeld van de afwijkingen in de wachttijden ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Data die we echt nodig hebben voor onze zorgbemiddeling. Heel mooi dus dat Vektis per begin 2026 landelijke data beschikbaar zal stellen in een dashboard, met data van alle verzekerden. Daarmee kunnen we cliënten op basis van betere en meer betrouwbare data verwijzen naar een plek waar de wachttijd het kortst is. Daarbij is per 1 januari 2026 ook registratie van de verwijsdatum verplicht. En per 1 januari 2027 hopelijk zijn de data per vestigingslocatie van grote ggz-zorgaanbieders geregeld.” 

Ontwikkelprogramma

Wat blijft, is dat het retrospectieve data zijn. “Die kunnen worden beïnvloed door zaken als vakantie van de cliënt of de behandelaar”, zegt Gorgels. “We kijken of we daar onderzoek naar kunnen doen,” zegt Klink. 

Het dashboard van Vektis is dan ook geen laatste stap. Er komt een ontwikkelprogramma. “Het dashboard biedt de mogelijkheid om evaluaties te doen. En om het effect van interventies van transformatieplannen – om de cruciale ggz beschikbaar te kunnen houden – te kunnen beoordelen”, zegt Gorgels. “Dit dashboard inclusief verdere doorontwikkeling kan echt een grote impact hebben.” Klink onderschrijft dit. “Voorheen hadden we veel minder zicht op dit thema”, zegt hij. “Nu kunnen we een plan maken voor de regio waar we zien dat het probleem het grootst is. En belangrijk voor onze verzekerden: met de gerichtere mogelijkheid voor wachtlijstbemiddeling die we nu krijgen, kunnen we hen helpen tot een kortere wachttijd te komen, en hen vooraf een betere inschatting geven van hoe lang die zal zijn.”