Interview

Ruimte voor regionale sturing

Het verhaal van MEERGGZ

De wachttijden in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) op basis van declaratiedata in beeld brengen, biedt ruimte voor regionale oplossingen, stelt Marjolijn Vreeswijk.

De waarde van het project wachttijden op basis van declaratiedata in de ggz was voor Vreeswijk direct duidelijk. “Vanaf het begin van mijn deelname aan de Landelijke Stuurgroep Toegankelijkheid & Wachttijden ggz kampen we met onduidelijkheden in de wachttijddata. De declaraties zijn feitelijk, dus daarmee kan weinig misgaan. Handwerk – zoals voorheen de wachttijden werden aangeleverd - daarentegen is foutgevoelig. Zeker ook omdat sprake was van instructieteksten die voor meerdere uitleg vatbaar bleken.” 

Wat het specifiek voor kleine ggz-zorgaanbieders gaat betekenen, is voor Vreeswijk op dit moment nog niet duidelijk. “Het zou tot verlichting van de administratieve lasten kunnen leiden”, zegt ze. “Maar of dat werkelijk zo is, weet ik nog niet. De zorgverzekeraars vragen zorgaanbieders hun wachttijden ook op hun websites te vermelden, dus dat werk hebben ze dan nog steeds. Maar de nieuwe aanpak betekent in ieder geval wel dat we meer zicht krijgen op de vraag hoe groot de problematiek van de wachttijden echt is. Wellicht kan het gesprek tussen de zorgaanbieders en de financiers van de zorg hierdoor ook anders gaan verlopen. Bijvoorbeeld om in te gaan op de vraag of de juiste zorg en voldoende zorg is ingekocht. Het probleem is dan immers tastbaar, er is een betere analyse mogelijk.” 

Cliënt op de juiste plek

Als afronding van haar Modulair Executive MBA bij Nyenrode schreef Vreeswijk de thesis ‘Routeplanner voor de ggz’. “Hiervoor ontwikkelde ik een beslismodel bedoeld om een cliënt zo vaak mogelijk op de juiste plek in zorg te krijgen en daarmee een verkorting van de totale wachttijd te realiseren”, vertelt ze. “Anders dus dan het project waarover we het nu hebben, want daarin wordt alleen naar de wachttijden gekeken. Maar vanuit allerlei initiatieven in verschillende regio’s bij het opzetten van mentale gezondheidsnetwerken is een nieuw project ontstaan om te bepalen hoe je cliënten op de juiste plek in zorg krijgt en welke techniek hierbij voor de verwijzers nodig is. De zorgverzekeraars CZ en VGZ zijn initiatiefnemers en hebben de ontwikkelingen in de regio’s hiervoor bij elkaar gebracht, met als doel om tot het best mogelijke verwijssysteem te komen.”  

Zij gaat deelnemen in de stuurgroep van dit nieuwe project. “Heel waardevol voor onze leden van Platform MEERGGZ”, zegt ze. “Zo voorkomen we in de toekomst dat we tijd besteden aan intakes die niet gaan helpen en lopen mensen met zorgvragen sneller door de wachtrij heen naar passende zorg.” 

Beeld: © MEERGGZ

Spreekkamer van MEERGGZ

Regionale sturing

De belangrijke meerwaarde in het project wachttijden op basis van declaratiedata in de ggz zit voor Vreeswijk in duidelijkheid over de vraag waar de grootste wachttijden zitten. “Op basis daarvan kun je per regio kijken welk aanbod meer ruimte moet krijgen en voor welk aanbod misschien met wat minder kan worden volstaan”, zegt ze. “En als sprake is van een regionaal tekort, kun je dieper kijken: waarom werken daar minder mensen en wat is daaraan te doen? Het begint met inzicht in de data.” 

Dat inzicht gaat de wachttijden nog niet oplossen. “Het logische vervolg is daarom samen te kijken wat dan nodig is”, zegt ze. “Per regio de knelpunten in kaart brengen dus en in gesprek gaan met de zorgaanbieders daar, en met andere zorgaanbieders die de door hen geleverde zorg misschien ook zouden kunnen leveren. En kritisch kijken naar waar we onze tijd aan besteden. Kan het korter, of kan het meer buiten de ggz in het sociaal domein of in informele initiatieven. Ook liggen nog veel kansen in zelfhulp, al dan niet in combinatie met eHealth. Als je een combinatie van persoonlijke zorg en eHealth kunt aanbieden, kan het enorme meerwaarde hebben en behandelduur verkorten.” 

“En als sprake is van een regionaal tekort, kun je dieper kijken: waarom werken daar minder mensen en wat is daaraan te doen? Het begint met inzicht in de data.”

Samenwerken

Samenwerking tussen partijen in een regio is ingewikkeld, zegt Vreeswijk. “Het is ook kwetsbaar”, zegt ze, “omdat het afhangt van de vraag hoe goed de relatie tussen partijen is. Maar het is in het kader van het Integraal Zorgakkoord wel iets waarmee we aan de slag moeten. En ik zie ook dat steeds meer partijen er de meerwaarde van zien. Ze beseffen dat het handig is elkaar te kunnen bellen om samen iets op te lossen. Partijen staan meer open voor elkaar.”