
Gezamenlijke aanpak voor betere data met minder administratie
Het verhaal van de Nederlandse Zorgautoriteit
Het project wachttijden op basis van declaratiedata in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) zorgt voor verlaging van administratieve lasten en voor verbetering van de kwaliteit en bruikbaarheid van de data voor wachttijden. Een van de doelstellingen van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is om bij te dragen aan het oplossen van stelselpunten die de meeste impact hebben op de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg. Dit project draagt hieraan bij, stelt Nienke Epskamp.
“We zagen al langere tijd dat het niet goed ging met de aanlevering van wachttijden in de ggz”, vertelt Epskamp. “Het handmatig aanleveren werkt fouten in de hand, bijvoorbeeld dat bij het aantal wachtweken 120 wordt ingevuld in plaats van 12. Dat kán, maar is wel heel uitzonderlijk. Daarom hadden we in ons Zorgbeeldportaal al verschillende aanpassingen aangebracht door een melding te plaatsen om te vragen of dit wel correct is. En als we opvallende dingen zagen als ineens heel lange wachttijden of ineens een veel hogere of lagere instroom, belden we na om dit met de zorgaanbieder te bespreken.”
Andere interventies om de kwaliteit van de aanlevering te verbeteren waren brieven en video’s met extra uitleg. “Intensief”, zegt Epskamp, “en bovendien achteraf. Je wil fouten juist voorkomen.”
Werkgroep
Vanuit het Integraal Zorgakkoord was de NZa al in een werkgroep met onder meer Zorgverzekeraars Nederland, de Nederlandse ggz, ggz-zorgaanbieders, Vektis en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in gesprek over de vraag hoe de wachttijden regionaal beter in kaart konden worden gebracht, waarbij het gebruik van declaratiedata als optie werd besproken. “In diezelfde tijd benaderde Zilveren Kruis ons met de resultaten van een pilot waarbij de declaratiedata waren gebruikt om de wachttijdinformatie aan te leveren”, zegt Epskamp. “Dat kwam heel mooi samen zo. En een tweede, gezamenlijke, proef liet zien dat hiermee met minder administratieve lasten tot betere datakwaliteit kon worden gekomen.”
Die proef kon worden gedaan omdat veel ggz-zorgaanbieders al op vrijwillige basis de verwijsdatum aanleverden bij de zorgverzekeraars. En deze verwijsdatum is nodig om de wachttijden te kunnen berekenen. “De verwijsdatum werd niet bij ons aangeleverd omdat wij die voor onze wettelijke taak niet nodig hadden. Maar wij zagen, net als het veld, de meerwaarde van het gebruik van de declaratiedata en daarmee de noodzaak om de verwijsdatum verplicht te stellen. Vanaf 1 januari 2026 is dit dus zo.”
“We zagen de meerwaarde van het gebruik van de declaratiedata en de verplichting van de verwijsdatum. Dat we dit gezamenlijk oppakken is zo waardevol voor de ggz.”
Implementatie
Epskamp is onder de indruk van de manier waarop alle betrokken partijen het project ter hand nemen. “Dat we dit gezamenlijk oppakken is zo waardevol voor de ggz.” Alle partijen zijn aan de slag gegaan om een gemeenschappelijke en gedragen werkwijze op te stellen.
Alle partijen zijn druk geweest met de implementatie van het gebruiken van de declaratiedata om de wachttijdinformatie vast te stellen. “De EPC-leveranciers hebben de mogelijkheid hiertoe in hun EPD geregeld”, vertelt Epskamp. “Naar mijn weten ging dit soepel. Verder is belangrijk dat iedereen de juiste definitie van verwijsdatum hanteert: de datum waarop de meest recente verwijzer de verwijzing heeft opgesteld.”
Zilveren Kruis en de NZa ontwikkelden namens de verschillende betrokken partijen een technische kaart om zorgaanbieders en zorgverzekeraars te ondersteunen. “We bieden een uitgebreide kaart voor de partijen die gedetailleerde informatie willen of nodig hebben en een kleine kaart voor met name zorgaanbieders die willen weten wat er van hen wordt verwacht en wat ze kunnen verwachten. Ondertussen passen wij ons Zorgbeeldportaal aan, omdat ggz-zorgaanbieders met één vestiging vanaf 1 januari daarin niet meer hun wachttijdendata hoeven aan te leveren. Directe winst in de administratieve lasten voor ze.”
Beeld: © JdH
Rol voor de zorgverzekeraars
De zorgverzekeraars krijgen steeds meer een eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheden voor inzicht in de wachttijden. Epskamp: ”Straks hebben ze die data van hun eigen verzekerden en kunnen ze dus analyses maken voor hun zorginkoop. En kunnen ze actie ondernemen als een zorgaanbieder iets niet goed doet, bijvoorbeeld als de verwijsdatum niet correct is. Zit daarin een patroon, dan heeft de zorgverzekeraar een rol om daar wat mee te doen.”
Epskamp beseft dat de wachttijdproblemen hiermee niet zijn opgelost. “Maar het beeld ervan wordt wel veel duidelijker, en het inzicht in de knelpunten erin maakt gerichter beleid mogelijk”, zegt ze. “Zorgverzekeraars kunnen gerichter gaan inkopen en dat moet de cliënt ten goede komen. Een mooie kans voor ze om hun rol te pakken.”