Nieuwe bekostiging per 2022

De Nederlandse Zorgautoriteit adviseert om per 2022 een nieuwe bekostiging in te voeren in de generalistische basis-ggz, gespecialiseerde ggz en forensische zorg: het zorgprestatiemodel. De zorgprestaties weerspiegelen de daadwerkelijk geleverde zorg en zijn herkenbaar en controleerbaar voor de patiënt. De huidige bekostiging is niet meer geschikt om de zorg op een toekomstbestendige manier te bekostigen. Dat vinden partijen in de forensische en geestelijke gezondheidszorg en de NZa.

Eenvoud en transparantie

Het zorgprestatiemodel kenmerkt zich door eenvoud en door transparantie over de geleverde zorg. Voor de patiënt zijn de nieuwe prestaties herkenbaar en daarmee controleerbaar. De zorgprestaties weerspiegelen de geleverde zorg en de tarieven sluiten aan bij de behandelinzet en behandelsetting. Bovendien is er een structurele verlichting van de administratieve lasten.

Samenwerking

Met dit nieuwe model nemen we afscheid van de dbc’s en zzp’s in de gespecialiseerde ggz, de dbbc’s in de fz en de prestaties in de generalistische basis-ggz. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars steunen het advies over het zorgprestatiesmodel. Dit is een mooie basis om het zorgprestatiemodel samen te realiseren. In 2019 en 2020 werken we  de bekostiging uit en bereiden we de invoering voor. 2021 is een simulatiejaar, waarin elke aanbieder alvast de impact van het zorgprestatiemodel zelf in kaart kan brengen.

Inzicht in zorguitgaven

Het zorgprestatiemodel geeft veel sneller inzicht in zorguitgaven. De prestaties zijn namelijk gekoppeld aan een dag in plaats van aan een zorgtraject van 365 dagen. Dit zorgt er ook voor dat de administratie van zorgverzekeraars en zorgaanbieders beter op elkaar aansluit. Ook zorgt het voor meer eenheid binnen de geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg. Zo vervallen de bekostigingsschotten tussen jaar 1 (dbc’s) en jaar 2 en 3 (zzp’s) van de g-ggz en de gb-ggz.

Typering zorgvraag

Het zorgprestatiemodel lost veel knelpunten in de huidige bekostiging op. Ook geeft het ruimte voor het toevoegen van elementen die de zorgvraag typeren of patiëntgroepen duiden. Daarom blijven partijen werken aan een betere zorgvraagtypering. De uitkomsten van de pilots over het zorgclustermodel zijn hiervoor van grote waarde.