Zorginstituut Nederland stelde in april 2022 vast dat valpreventie bewezen effectief is en voor een deel onder de verzekerde zorg valt. Met valpreventie wordt het risico op vallen verkleind. Dit voorkomt dat mensen mogelijk meer en intensievere zorg nodig hebben. De NZa stelt prestaties vast voor de valrisicobeoordeling met een maximumtarief en de valpreventieve beweeginterventie met een vrij tarief. Zorgaanbieders kunnen vanaf 1 januari 2024 deze prestaties declareren binnen de Zorgverzekeringswet. Voor de valpreventie die in het gemeentelijk domein plaatsvindt gelden deze prestaties niet. Lees hieronder meer.
Valrisicobeoordeling
Bij de valrisicobeoordeling (in de praktijk ook wel valanalyse of screening genoemd) wordt aan de hand van een uitgebreide vragenlijst bekeken welke factoren de oorzaak kunnen zijn van het hoge valrisico. Daarna wordt er gelijk een advies op maat gegeven over eventueel te nemen vervolgacties. Dit advies kan bestaan uit verschillende maatregelen, zoals een controle op bijwerkingen van bepaalde medicijnen, een oogtest of een valpreventieve beweeginterventie. Na 2 à 3 maanden kan een evaluatiemoment volgen om te kijken of het advies is opgevolgd. Dit evaluatiemoment is onderdeel van de valrisicobeoordeling. Voor deze zorg geldt een maximumtarief.
Lees meer over de valrisicobeoordeling in de Beleidsregel overige geneeskundige zorg
Valpreventieve beweeginterventie
Een fysiotherapeut of oefentherapeut begeleidt de beweeginterventie die bestaat uit een intake gevolgd door een trainingsprogramma. Voor deze zorg geldt een vrij tarief.
Valpreventieve beweeginterventies kunnen plaatsvinden in zowel het sociaal domein (vanuit de gemeente) als in de Zorgverzekeringswet (Zvw). De prestaties die de NZa vaststelt, gelden alleen als de zorg valt onder de Zorgverzekeringswet.
Vragen over valpreventie
De valpreventieve beweeginterventie wordt vergoed vanuit de Zorgverzekeringswet als uit de valrisicobeoordeling blijkt dat sprake is van een hoog valrisico als gevolg van onderliggende of bijkomende somatische of psychische problemen. In alle andere gevallen valt de valpreventieve beweeginterventie onder het gemeentelijk domein. Zie voor meer informatie de duiding van het Zorginstituut over valpreventie.
In onze regels voor de valpreventieve beweeginterventies maken wij geen onderscheid tussen een interventie die wordt aangeboden aan een individu of in een groep. Zorgverzekeraars maken hierover afspraken met zorgaanbieders in het zorginkoopproces.
De NZa schrijft niet voor wie de valrisicobeoordeling (in de praktijk ook wel valanalyse of screening genoemd) mag uitvoeren. Het Zorginstituut gaf in haar duiding aan dat een generalistische medische achtergrond nodig is om de valrisicobeoordeling te kunnen uitvoeren. Dit kan bijvoorbeeld de huisarts of specialist ouderengeneeskunde (dit is geen limitatieve lijst). Op 15 mei 2024 heeft het Zorginstituut haar duiding op dit punt verduidelijkt en aangepast.
Als een zorgverlener zelfstandig bekwaam en bevoegd is om de valrisicobeoordeling uit te voeren, dan kan deze gebruik maken van de prestatie ‘valrisicobeoordeling’. Deze prestatie en tarief is opgenomen in de Prestatie- en tariefbeschikking overige geneeskundige zorg (TB/REG-26625-01).
Meer informatie
We hebben een informatiekaart over valpreventie gemaakt. Meer hierover leest u in de informatiekaart 'Preventie is ook onze zorg: valpreventie'.
Informatie over het registeren en declareren van deze prestaties vindt u op de volgende sectorpagina's: