De NZa stelt voor een deel van de huisartsenzorg maximumtarieven vast. Op 30 juni 2026 heeft de NZa aangepaste tarieven voor 2025 en 2026 vastgesteld.
Hogere vergoeding voor huisvestingskosten
De rechter oordeelde dat er in de vastgestelde tarieven voor de huisartsenzorg onvoldoende rekening werd gehouden met de huisvestingsproblematiek. In de oorspronkelijke methode onderzocht de NZa welke kosten huisartsen werkelijk hebben gemaakt voor hun huisvesting. De rechter oordeelde dat dit een onjuist beeld kan geven, omdat huisartsen nu veelal te krappe huisvesting hebben. Daarom heeft de NZa nu gekozen om de huisvestingskosten in het tarief te bepalen op basis van een normatieve onderbouwing. Hiervoor is door TNO in kaart gebracht wat de kosten van adequate huisvesting zijn. Wat adequate huisvesting is, is door dit bureau gebaseerd op de door de Landelijk Huisartsen Vereniging zelf opgestelde bouwnormen.
Huisartsen krijgen extra ruimte om te investeren in huisvesting
Tegen de voorgaande tariefbeschikkingen was bezwaar en beroep aangetekend. Naar aanleiding van de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) op 18 november 2025 heeft een herbeoordeling plaatsgevonden. De vergoeding voor huisvestingskosten is nu verhoogd, zodat huisartsenpraktijken meer ruimte hebben om te investeringen in huisvesting. Daarnaast is de onderbouwing van de hoogte van de arbeidskosten van praktijkhoudend huisartsen verdiept en uitgebreid.
We verhogen de maximumtarieven huisartsenzorg voor 2025 en 2026. De basis hiervoor is een bijstelling van de onderliggende kostprijzen van gemiddeld 2,2%. De verhoging volgt op een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). De rechter gaf aan dat de NZa beter moest onderbouwen of de tarieven kostendekkend zijn. Daarom heeft de NZa de tarieven van de huisartsenzorg opnieuw onderzocht en waar nodig aangepast.
Zie voor meer informatie het nieuwsbericht Huisartsen krijgen vanaf 2025 ruim € 60 miljoen per jaar extra om te investeren in huisvesting Zie ook onze vraag en antwoord pagina voor meer informatie.
Onderbouwing van de arbeidskosten voor praktijkhoudend huisartsen
De onderbouwing van de hoogte van de arbeidskosten van praktijkhoudend huisartsen is in de herbeoordeling verdiept en uitgebreid. De basis hiervoor is een nieuw deskundigenrapport van adviesbureau Berenschot.
We zien dat het werk voor huisartsen complexer is geworden. Praktijkhoudend huisartsen zijn niet alleen praktiserende huisartsen die zwaardere zorgvragen krijgen, maar zijn ook verantwoordelijk voor een grotere praktijk met meer personeel en meer patiënten. De normatieve arbeidskosten voor praktijkhoudend huisartsen houden daar rekening mee.
- In de tarieven voor 2025 zijn de arbeidskosten voor de praktijkhouder als aparte component verwerkt. Deze zogenoemde normatieve arbeidskostencomponent (nac) stijgt in 2025 met 11,9% tot € 202.476 per fte praktijkhoudend huisarts.
- Als gevolg van indexatie stijgt de nac voor 2026 naar € 219.479 per fte praktijkhoudend huisarts.
- Huisartsen krijgen in 2025 een structurele bekostiging voor meer tijd voor de patiënt. Zodat zij meer tijd aan hun patiënten kunnen besteden.
- De normatieve arbeidskostencomponent is voor de huisartsenzorg overdag. Daarnaast krijgen huisartsen sinds 2023 meer geld voor diensten buiten kantoortijden (de avond- nacht- en weekenduren).
Nee. De NZa bepaalt niet het individuele inkomen van een praktijkhoudend huisarts. De praktijkhoudend huisarts heeft als ondernemer in zekere mate zelf invloed op de hoogte van zijn of haar inkomen. De hoogte van het individuele inkomen hangt onder andere af van de wijze waarop de praktijk is georganiseerd, hoeveel uur de praktijkhouder voor de praktijk werkt en de omvang van de praktijk.
De NZa neemt in de tarieven een normatief bedrag op voor de arbeidskosten van praktijkhouders, omdat deze niet werkelijk te meten zijn. Bij een gemiddelde praktijk in 2025 is dit bedrag € 202.476 per fulltime werkende praktijkhoudend huisarts. Dit bedrag is bedoeld voor de arbeidskosten van een fulltime werkende praktijkhouder. Het betreft een vergoeding voor salaris, maar ook voor verzekeringspremies en pensioenpremies.
De praktijkhoudend huisarts met een gemiddelde praktijk kan dit bedrag overhouden aan het verlenen van huisartsenzorg overdag. Eventuele opbrengsten voor avond- nacht- en weekenduren komen hier nog bij. Organiseer je de praktijk slimmer, dan kan de opbrengst hoger worden. Maak je meer dan gemiddelde kosten, of heb je als praktijk minder opbrengsten dan gemiddeld? Dan kan het bedrag dat resteert als inkomen voor de huisarts lager zijn.
Nee. We zien dat sommige berichtgeving hierover onjuist is. In de tarieven is voor elke fte praktijkhoudend huisarts een volledige normatieve arbeidskostencomponent (nac) van € 202.476 opgenomen. Voor diensten in de avond-, nacht- en weekenduren ontvangen praktiserend huisartsen daarnaast nog een aparte vergoeding.
De nac is gebaseerd op het takenpakket en de verantwoordelijkheden, niet op het aantal werkuren per week. Ook bij andere beroepsgroepen van dit niveau is het heel gebruikelijk om beloond te worden op basis van de functie en niet het aantal gewerkte uren. Dat de NZa vanaf 36 uur een volledige nac toekent, betekent dus niet dat de praktijkhoudend huisarts voor precies 36 uur werken beloond wordt.
Voor meer informatie verwijzen we naar deze visualisatie: Welke kosten voor de praktijkhouder nemen we mee in de tarieven huisartsenzorg 2025.
Nee. De opbrengsten van de huisartsenpraktijken waren de afgelopen jaren ruim kostendekkend. Als opbrengsten meer stijgen dan de kosten, kunnen de tarieven per behandeling omlaag. De tarieven blijven dus de kosten van de zorg, het personeel en de huisvesting dekken, en dus ook de gestegen arbeidskosten van de praktijkhoudend huisarts.
De sector staat er financieel goed voor
De huisartsensector kent vele uitdagingen en is sterk in beweging, maar staat er financieel goed voor. Uit het kostprijsonderzoek over 2022 blijkt dat de kosten én de opbrengsten per praktijk de afgelopen jaren sterk zijn gestegen. Dit komt door de grote ontwikkeling die de sector de afgelopen jaren heeft doorgemaakt.
De huisartsenpraktijken zijn veranderd. We zien dat praktijken groter zijn geworden. Er werken meer huisartsen in loondienst of als waarnemer en ze werken in de praktijk samen met meer ondersteunend personeel, zoals praktijkondersteuners. Door deze andere manier van organiseren kunnen er per praktijk gemiddeld meer patiënten behandeld worden. Hierdoor zijn de opbrengsten meer gestegen dan de kosten. Uit het onderzoek blijkt dat de tarieven in 2022 dus kostendekkend waren.
Waarom voert de NZa kostprijsonderzoeken uit?
De tarieven in de zorg mogen niet te laag zijn, maar moeten de gemiddelde kosten voor zorg, personeel en huisvesting dekken. De tarieven mogen ook niet te hoog zijn, want dan betalen patiënten en verzekerden teveel voor de zorg. Om het maatschappelijk belang van continuïteit van het zorgaanbod en betaalbaarheid van de premies te borgen herijkt de NZa periodiek de tarieven in de zorg met behulp van kostprijsonderzoeken. Zie ook de informatiekaart Hoe bepaalt de NZa tarieven in de zorg?
Meer informatie
- De regels voor de huisartsenzorg in 2025
- Welke kosten voor de praktijkhouder nemen we mee in de tarieven huisartsenzorg 2025
- Rapport van Sira Consulting: Kostprijsonderzoek huisartsenzorg 2022
- Verantwoording tarieven huisartsenzorg 2025 (directe download)
- Rapport van Berenschot over de normatieve arbeidskostencomponent
- Aanvullend rapport van Berenschot
- Q&A Onderzoek normatieve arbeidskostencomponent
- Informatiekaart Hoe bepaalt de NZa tarieven in de zorg
- (Herziene) Beslissing op bezwaar huisartsenzorg 2023, 2024, 2025 en 2026