De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) verhoogt de maximumtarieven huisartsenzorg voor 2025 en 2026 met gemiddeld 2,2% per jaar. De verhoging volgt op een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). De rechter gaf aan dat de NZa beter moest onderbouwen of de tarieven kostendekkend zijn. Daarom heeft de NZa de tarieven van de huisartsenzorg opnieuw onderzocht en waar nodig aangepast.
Beeld: © NZa
Vergoeding voor huisvestingskosten 35% omhoog
De NZa heeft opnieuw gekeken naar de huisvestingskosten. Daarbij is een nieuwe onderzoeksmethode gebruikt. Op basis daarvan stijgt de vergoeding voor huisvesting met 35%. Vanaf 2025 komt er jaarlijks € 60 tot 70 miljoen bij op de maximumtarieven voor de huisartsenzorg om te investeren in huisvesting. Dat komt neer op een extra vergoeding van ongeveer € 10.790 per gemiddelde praktijk. Daarnaast kunnen huisartsen afspraken op maat maken met zorgverzekeraars. De mogelijkheden voor huisartsen en verzekeraars om aanvullende financiële afspraken te maken worden na de zomer verruimd zoals afgesproken in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord.
De rechter oordeelde dat er in de vastgestelde tarieven voor de huisartsenzorg onvoldoende rekening werd gehouden met de huisvestingsproblematiek. In de oorspronkelijke methode onderzocht de NZa welke kosten huisartsen werkelijk hebben gemaakt voor hun huisvesting. De rechter oordeelde dat dit een onjuist beeld kan geven, omdat huisartsen nu veelal te krappe huisvesting hebben. Daarom heeft de NZa nu gekozen om de huisvestingskosten in het tarief te bepalen op basis van een normatieve onderbouwing. Hiervoor is door TNO in kaart gebracht wat de kosten van adequate huisvesting zijn. Wat adequate huisvesting is, is door dit bureau gebaseerd op de door de Landelijk Huisartsen Vereniging zelf opgestelde bouwnormen.
Extra onderbouwing voor hoogte en toerekening normatieve arbeidskosten
De onderbouwing van de hoogte van de arbeidskosten van praktijkhoudend huisartsen is verdiept en uitgebreid. De basis hiervoor is een nieuw deskundigenrapport van adviesbureau Berenschot. Uit de herbeoordeling blijkt dat de functiezwaarte en de bijbehorende waardering voor de praktijkhoudend huisartsen goed zijn vastgesteld. Daarnaast was een vraag van de rechter of er in de berekening van het gemiddelde tarief voldoende rekening wordt gehouden met huisartsen die meer uren dan gemiddeld per week werken. Ook hiernaar is aanvullend onderzoek gedaan. Daaruit blijkt dat er voldoende rekening wordt gehouden met alle uren die praktijkhouders werken. De arbeidskosten en de toerekening ervan blijven daarom ongewijzigd. Bij een gemiddelde praktijk in 2026 wordt in het tarief rekening gehouden met € 219.479 aan arbeidskosten voor een fulltime werkende praktijkhoudend huisarts.
Nee. Elke praktijkhoudende huisarts in Nederland kan zelf bepalen hoeveel uren die werkt en welk bedrag die zichzelf daarvoor uitkeert. Wij bepalen als NZa wel wat een redelijke vergoeding is die in het tarief kan worden opgenomen voor de arbeidsinzet van de praktijkhoudend huisarts. De normatieve arbeidskostencomponent (nac) is gebaseerd op het takenpakket en de verantwoordelijkheden van een huisarts, niet op het aantal werkuren per week. In de tarieven 2026 is voor elke fulltime werkende praktijkhoudend huisarts een volledige nac van € 219.479 opgenomen. Voor diensten in de avond-, nacht- en weekenduren ontvangen huisartsen daarnaast nog een aparte vergoeding. Ook bij andere beroepsgroepen is het gebruikelijk om beloond te worden op basis van de functie en niet het aantal gewerkte uren.
Huisarts als poortwachter
Directeur Regulering Johan Rijneveld: “De huisartsenzorg is het fundament van ons zorgsysteem. De sector staat voor grote uitdagingen. Ik zie de enorme inzet van huisartsen. Om de huisartsenzorg te versterken, hebben wij de afgelopen jaren belangrijke wijzigingen in de bekostiging doorgevoerd. Zoals de structurele vergoeding van € 220 miljoen euro per jaar om meer tijd voor de patiënt te kunnen organiseren, de verhoging van de avond-nacht-weekend uurtarieven met ruim € 43 miljoen euro of het landelijk experiment voor het verkennend gesprek. De tarieven zijn voor een belangrijk deel inkomensbepalend en raken de huisartsen dus direct. Tegelijkertijd heeft de NZa de wettelijke taak om huisartsentarieven vast te stellen die recht doen aan de geleverde zorg én de zorg betaalbaar houden voor inwoners. Want alle inwoners van Nederland moeten een huisarts hebben en houden.”
Toegang tot zorg
Bestuursvoorzitter Geranne Engwirda: “De NZa heeft de signalen en zorgen van huisartsenorganisaties nadrukkelijk meegenomen in het herbeoordelingstraject. We stellen ons toetsbaar op en blijven leren en verbeteren, bijvoorbeeld door transparant te zijn over de methodieken die we gebruiken. Tegelijkertijd is het onvermijdelijk dat het vaststellen van maximumtarieven een spanningsveld oplevert. Wij blijven ons inzetten om tarieven vast te stellen die passen bij de praktijk van vandaag en bijdragen aan een zorgstelsel dat ook morgen voor iedereen toegankelijk blijft.”