Print

Prijsindexcijfers

De prijsindexcijfers zijn gebaseerd op percentages die het Centraal Planbureau berekent. De prijsindexcijfers voor personele kosten en materiaal zijn jaarlijks bekend rond de maand juli en worden met terugwerkende kracht naar 1 januari in de budgetten verwerkt. Het indexcijfer voor de kostenbedragen van (dbc)zorgproducten van een jaar is bekend in het laatste kwartaal van het voorafgaande jaar.

  • Wat is het indexcijfer voor kostenbedragen van (dbc) zorgproducten?

    Dit is de jaarlijkse indexering van de kostenbedragen voor de somatische (dbc)zorgproducten waarvoor een vast- of maximumtarief geldt. Deze bedragen worden trendmatig aangepast met een gewogen gemiddelde index voor loon- en materiële kosten.

    De indexering voor een bepaald jaar is gebaseerd op de voorcalculatie voor datzelfde jaar (t) en de nacalculatie van het jaar ervoor (t-1). Daarbij wegen de materiële kosten voor een derde deel mee, en de loonkosten voor tweederde. Regels voor deze berekeningen zijn vastgelegd in de beleidsregel Prestaties en tarieven medisch specialistische zorg en de beleidsregel Calculatieschema.

    Recente indexcijfers voor de kostenbedragen van (dbc)zorgproducten:

    Jaar    Indexcijfer 
    2009    2,47%
    2010    1,56%
    2011    1,40%
    2012    3,16%
    2013    1,93%
    2014    3,14%
    2015    1,15%
    2016    0,26%
    2017    1,92%
    2018    2,87%

    Sluiten
  • Wat is het indexcijfer voor de kapitaallasten? (AWBZ/Wlz)

     jaar    huur      gezondheidszorg  
               index     index NZa  
     
     2004   0,96%   -4,29%  
     2005   3,25%   0,93%  
     2006   2,63%   2,80%  
     2007   2,49%   2,49%  
     2008   5,05%   7,99%  
     2009   2,57%   2,57%  
     2010   1,69%   1,69%  
     2011   1,86%   1,86%  
     2012   1,66%   1,66%  
     2013   2,55%   2,55% 
     2014   0,81%   0,81%  

     2015   -0,39%  -0,39%

     2016    0,31 %   0,31% 

     2017   2,13%   2,13%

     2018   1,50%   1,50% (voorlopige index)

         
    De genormeerde kapitaalslasten worden jaarlijks geïndexeerd door de NZa op basis van de gezondheidszorgindex (voorheen: bouwkostenindex). Deze wordt berekend als gemiddelde van maanindices van het voorgaande jaar, zoals die gepubliceerd worden door het Bouwcollege TNO Centrum Zorg en Bouw (voorheen: Bouwcollege).      
    Deze gemiddelde bouwkostenindex werd tot 2009 aangevuld met een autonome component voor de bouwkostenontwikkeling (bepaald door het Bouwcollege op basis van aanbestedingsresultaten).      
    Deze TNO-gezondheidszorgindex wordt door de NZa aangevuld met een prognose voor de ontwikkeling in de bouwkosten voor het lopende jaar. Dit gebeurt op basis van het Centraal Economisch Plan (CEP), dat uitgebracht wordt door het Centraal Plan Bureau.      
    Het verschil tussen de huurindex en NZa-gezondheidszorg wordt gevormd door de autonome component, die niet  werd opgenomen in de huurindex. Vanaf 2009 is de huurindex gelijk aan de Nza-gezondheidszorgindex.     
         
    Voor de jaarlijkse indexering van de NHC's geldt gedurende de overgangsperiode (jaren 2012 t/m 2017) een vaste index van 2,50%.     

    Sluiten
  • Wat is het prijsindexcijfer materiële kosten?

    Met ingang van 1998 worden voor zorginstellingen en beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg de materiële kosten en de investeringen in inventaris trendmatig aangepast op basis van het prijsindexcijfer particuliere consumptie uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau. Het definitieve percentage voor een bepaald jaar is rond de maand juli van dat jaar bekend. De indexering wordt met terugwerkende kracht naar 1 januari in de budgetten verwerkt en door een inhaaltoeslag in de tarieven verrekend.

    De onderstaande percentages zijn definitief, behalve als dit anders vermeld staat bij een jaar. Het prijsindexcijfer materiële kosten bedroeg in de jaren vanaf 2001:

    Jaar     Prijsindexcijfer 
    2001     3,28%
    2002     2,01%
    2003     1,99%
    2004     0,78%
    2005     1,42%
    2006     2,47%
    2007     1,51%
    2008     2,68%* 
    2009     0,87%
    2010    -0,31%
    2011     1,98%
    2012     2,41%
    2013     2,88%
    2014     1,04%
    2015     0,32% 
    2016     0,38%
    2017     1,87%
    2018     voor zowel Zvw als Wlz: 1,50% (voorlopig cijfer)

     *De aanpassing van de budgetten van de aanbieders in de Care (2008) is slechts 1,65% vanwege een efficiencykorting.


     

    Sluiten
  • Wat is het prijsindexcijfer voor honorariumbedragen van (dbc)-zorgproducten?

    Dit is de jaarlijkse indexering van de honorariumcomponenten voor de
    somatische (dbc)zorgproducten in het a- en b-segment. Deze componenten worden trendmatig aangepast met een gewogen gemiddelde index voor loon- en materiële kosten.

    De indexering van de honorariumcomponenten voor een bepaald jaar is gebaseerd op de voorcalculatie voor datzelfde jaar (t) en de nacalculatie van het jaar ervoor (t-1). Daarbij wegen de materiële kosten voor 36,9% mee en de loonkosten voor 63,1%. Regels voor deze berekeningen zijn vastgelegd in de beleidsregel Prestaties en tarieven medisch specialistische zorg en de beleidsregel Calculatieschema.

    Jaar     Prijsindexcijfer 
    2009     02,95%
    2010    -0,36%
    2011     0,72%
    2012     0,70%
    2013     1,34% 
    2014     2,44%
    2015     1,26%
     

    Sluiten
  • Wat is het prijsindexcijfer voor personele kosten?

    De indexering van de personele kosten gebeurt op basis van een percentage dat de overheid vaststelt: de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). Het Centraal Planbureau berekent het percentage op basis van de CAO's en loonkostenontwikkeling in de markt. Het OVA-percentage is rond de maand juli bekend en wordt met terugwerkende kracht naar 1 januari in de budgetten verrekend. Dit kan tot een inhaaltoeslag leiden.

    De onderstaande percentages zijn definitief, behalve als dit anders vermeld staat bij een jaar. Het prijsindexcijfer personele kosten bedroeg in de jaren vanaf 2000:

    2000  4,03%
    2001  5,67%
    2002  6,04% (6,46% voor ziekenhuizen)
    2003  3,20%
    2004  1,65%
    2005  0,92% (1,28% voor de gehandicaptenzorg)
    2006  0,84%
    2007  2,42%*
    2008  4,07%
    2009  3,42%
    2010  1,75%
    2011  3,11%
    2012  2,95%
    2013  2,64%
    2014  1,94%
    2015  0,08%
    2016  1,74%
    2017  2,04%
    2018  voor zowel Zvw als Wlz: 2,68% (voorlopige cijfers)

    *Dit percentage is aangepast van 2,32% naar 2,42% naar aanleiding van een uitspraak van de Haagse rechter in een kort geding op 3 oktober 2007 tegen het ministerie van VWS.

    Sluiten