Private equity is niet meer weg te denken uit de zorg. De zorgsector vervult een publieke taak, daarom moeten toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van zorg altijd leidend zijn. Deze uitgangspunten kunnen botsen met de investeringslogica van commerciële partijen, waaronder private equity partijen, waarbij de focus ligt op rendement en winstmaximalisatie.
Het onderwerp private equity in de zorg komt dan ook regelmatig langs in de media en blijft hoog op de politieke agenda staan. Het begrip ‘private equity’ wordt vaak onterecht geplakt op allerlei vormen van investeringen in de zorg. De NZa wil het maatschappelijke en politieke debat ondersteunen met objectieve informatie. Daarom vinden we het belangrijk om te definiëren wat private equity wel is, wat wij op basis van geldende wet- en regelgeving kunnen in ons toezicht op private equity-partijen, vanuit welke perspectieven de NZa kijkt naar private equity in de zorg, en welke aanvullende normen in toekomstige wet- en regelgeving voor ons toezicht van belang zijn.
Wat is een private equity-partij?
Een private equity-partij is een partij buiten de aandelenbeurs om, met privé vermogen en/of geld geleend van een bank, investeert in (zorg)ondernemingen. Private equity-partijen beschikken over fondsen met kapitaal van beleggers zoals verzekeraars en pensioenfondsen. Met deze fondsen doen zij investeringen in zorgondernemingen. De beleggers lopen risico op hun investering, maar ontvangen bij succes rendement (door bijvoorbeeld het ontvangen van meerwaarde bij verkoop van hun aandelen). Zowel Nederlandse als buitenlandse private equity-partijen kunnen investeren in Nederlandse zorgaanbieders.
Het doel van private equity-partijen is om zowel de financiële resultaten als de bedrijfsvoering van de onderneming te verbeteren en na gemiddeld 5 tot 7 jaar met winst te verkopen.
Wat is geen private equity-partij?
Er is geen sprake van een private equity-partij wanneer één of meerdere personen privé vermogen investeren in een (zorg)onderneming. Ook als dit gecombineerd is met ‘vreemd vermogen’, zoals een lening bij een bank. Het is in deze gevallen niet de bedoeling om bedrijfsmatig te investeren in andere(zorg)ondernemingen. De meest voorkomende wijze om wel te investeren in andere (zorg)ondernemingen is het oprichten van één of meerdere besloten vennootschappen.
Wat kan de NZa wel en niet doen in haar toezicht richting private equity-partijen?
Als een private equity-partij met minimaal één zorgaanbieder met meer dan 50 zorgverleners overwil gaan tot een overname, fusie of oprichting van bepaalde joint ventures, dan moet vooraf goedkeuring worden verkregen van de NZa. Dit is de zorgspecifieke concentratietoets. In sommige situaties moet er naast goedkeuring door de NZa, ook goedkeuring van de ACM worden verkregen.
Lees meer over de zorgspecifieke concentratietoets.
In 2025 is bij 119 van de 220 goedgekeurde concentraties een private equity-partij betrokken als financieringsvorm (of (meerderheid)aandeelhouder) van een bij de concentratie betrokken zorgaanbieder. Dat is ongeveer 54%. Daarvan waren de meeste concentraties in de sectoren mondzorg, oog- en hoorzorg en paramedische zorg. Zie voor meer informatie over de zorgspecifieke concentratietoets, trends en ontwikkelingen rondom concentraties in de zorg en de betrokkenheid van private equity-partijen onze Informatiekaart Concentraties in de zorg in het jaar 2025.
We houden toezicht op zorgaanbieders in de Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg in Nederland op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg).
Private equity-partijen zijn geen zorgaanbieders. Een private equity-partij is een (meerderheid)aandeelhouder en/of financier, en geen zorgaanbieder. Dit betekent dat de Wmg en de Wet toetreding zorgaanbieders niet van toepassing zijn op private equity-partijen. Het formele handhavingsinstrumentarium wat wij kunnen inzetten bij overtreding van deze wetgeving, kan uitsluitend worden ingezet richting de partij via welke de zorg wordt aangeboden of verleend.
Zie aanvullend onze website voor meer informatie over toezicht op zorgaanbieders en de instrumenten voor ons toezicht.
Vanuit welke perspectieven kijkt de NZa naar de aanwezigheid van private equity-partijen en commerciële investeerders in de zorg?
Ondanks dat de NZa geen toezicht houdt op private equity partijen, zien wij vanuit onze rol bij betaalbaarheid en toegankelijkheid van zorg kansen en risico's in de aanwezigheid van commerciële partijen, waaronder private equity partijen, in de zorgsector.
Wat zien wij als kansen?
De aanwezigheid van commerciële partijen kan gepaard gaan met investeringen die bijvoorbeeld bijdragen aan innovatie die nodig is in de zorgsector en de professionalisering van bedrijfsvoering van zorgaanbieders. Dit zien we als kans om de zorg betaalbaar en toegankelijk te houden voor iedereen die dit nodig heeft. Het investeren in bijvoorbeeld digitalisering, automatisering en AI kan goede ondersteuning zijn in de toenemende (werk)druk op en in de zorgsector.
En wat zien wij als mogelijke risico's?
De mogelijkheid om winst uit te keren en de mogelijkheid om ondanks economische tegenwind continue te blijven groeien, makende zorgsector aantrekkelijk, waardoor private equity partijen geld investeren in de zorgsector. Dit brengt echter mogelijk ook het risico (of nadelige effect) met zich mee dat sommige commerciële partijen meer gericht zijn op hun eigen financiële belang (waarbij ze proberen om rendement te maximaliseren) dan op de maatschappelijke belangen van zorg. Dit betekent het weglekken van geld dat voor de zorg bedoeld is. Dit volgt uit de investeringslogica van deze partijen: namelijk de focus op financieel rendement. Dit kan een risico vormen voor de betaalbaarheid en toegankelijkheid van zorg. Bijvoorbeeld als er personeelstekorten ontstaan bij niet-commerciële zorgaanbieders doordat commerciële partijen het personeel gunstigere arbeidsvoorwaarden kunnen bieden. Of bijvoorbeeld financiële problemen die ontstaan bij niet-commerciële partijen, omdat zij noodgedwongen de ingewikkelde behandelingen en hoog complexere patiënten overhouden doordat commerciële partijen zich uitsluitend op relatief eenvoudig uit te voeren behandelingen richten (‘cherry picking’).
Hoe kijkt de NZa naar private equity-partijen en commerciële investeerders in de zorg?
De NZa pleit voor een genuanceerde blik op de aanwezigheid van commerciële investeerders, waaronder private equity partijen, in de zorg die zoveel mogelijk is gebaseerd op objectieve feiten. Binnen de zorg moet geen plek zijn voor personen of partijen, ongeacht de financieringsvorm, die hun eigen financiële belangen vooropzetten ten koste van de maatschappelijke belangen van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg. Dat vraagt om waarborgen en randvoorwaarden in wet- en regelgeving, maar ook om het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid door private equity en andere commerciële partijen om gemaakte winst zoveel mogelijk te investeren in verbetering van de zorg, geen excessieve winsten uit te keren door het doen uitkeren van dividend of de verkoop van een zorgaanbieder waardoor de continuïteit van zorg in gevaar wordt gebracht. In onze Informatiekaart Dividenduitkeringen in de zorg 2024 over dividenduitkeringen bieden we inzicht in winstuitkeringen van BV’s en NV’s in de zorg.
Het is van belang om personen of partijen met uitsluitend oog voor eigen financieel gewin, die geen toegevoegde waarde leveren aan de betaalbaarheid, kwaliteit en toegankelijkheid van zorg, te ontmoedigen om actief te zijn in de zorgsector en barrières op te werpen om zorggeld niet weg te laten lekken uit de zorg. Dat geldt voor commerciële partijen (waaronder private equity), maar ook voor malafide zorgaanbieders die misbruik maken van zorggeld.
De NZa ziet in dat opzicht ten aanzien van commerciële partijen bijvoorbeeld kansen in het wetsvoorstel Aanscherping zorgspecifieke fusietoets, waarbij de NZa meer bevoegdheden krijgt om in de zorgspecifieke concentratietoets ook op inhoudelijke gronden voorgenomen concentraties in de zorg te toetsen (kwaliteit, continuïteit en rechtmatigheidsaspecten). Maar ook in de Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulporganisaties (Wibz) ziet de NZa kansen, waarin onder andere voorwaarden aan winstuitkeringen worden opgenomen.
Aanvullende normen voor ons toezicht op private equity-partijen
Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz)
In januari 2025 heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het wetsvoorstel Wibz ingediend. In dit wetsvoorstel zijn aanvullende normen opgenomen waar we formeel op kunnen handhaven. Zo wordt onder andere het winstuitkeringsverbod beter beschreven, gaan er (financiële en kwalitatieve) voorwaarden gelden voor het doen van winstuitkeringen en mogen zorg en jeugdhulpaanbieders geen onverantwoorde risico’s (hoge aflossingsverplichtingen en/of hoge rentelasten) nemen bij het aantrekken of terugbetalen van eigen of vreemd vermogen.
Deze ‘nieuwe’ voorwaarden en normen zijn van toepassing op zorgaanbieders. Maar de wetgever ziet de Wibz wel als een belangrijke stap tegen mogelijk negatieve gevolgen van de aanwezigheid van private equity in de zorg. De NZa ziet kansen in de aanvullende normen die het wetsvoorstel bevat, maar ziet ook ruimte voor verbetering zoals beschreven in onze brief aan de Minister van januari 2025 over onze verwachtingen ten aanzien van de effectiviteit van het wetsvoorstel. Het voornemen van de Minister om aanscherpingen aan te brengen in het wetsvoorstel, zoals in december 2025 schriftelijk is gecommuniceerd aan de Kamer, ziet de NZa dan ook als een goede ontwikkeling.
Voor aanvullende informatie over wat wij wel en niet kunnen in ons toezicht met het huidige wetsvoorstel Wibz, verwijzen wij naar de Wibz-uitleg.