In onze Informatiekaart Dividenduitkeringen in de zorg 2024 over dividenduitkeringen bieden we inzicht in winstuitkeringen van BV’s en NV’s in de zorg. Hiermee wil de NZa het maatschappelijke en politieke debat rondom winstuitkeringen in de zorg ondersteunen met feiten en betrouwbare informatie. Hieronder vindt u veelgestelde vragen over onze informatiekaart en ons onderzoek. Lees ook ons nieuwsbericht Nederlandse Zorgautoriteit geeft inzicht in winstuitkeringen in de zorg voor meer informatie.
Ondanks dat alle zorgaanbieders sinds 2022 de verplichting hadden om hun jaarverantwoording openbaar te maken, beschikt de NZa voor de jaren 2022 en 2023 niet over alle gegevens. De reden hiervoor is dat de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) voor deze jaren op de ‘pauzeknop’ heeft gedrukt voor eerstelijnszorgaanbieders. Zie ook dit bericht. De Minister wilde hiermee rust brengen “met het oog op de brede opgave waarvoor de eerstelijnszorg staat en heeft toegezegd uitstel te verlenen voor de verplichte openbaarmaking van de jaarverantwoording tot boekjaar 2024”.
Zorgaanbieders zijn verplicht om voor 1 juni hun jaarverantwoording over het jaar daarvoor openbaar te maken. Op dit moment beschikt de NZa dus nog niet over de cijfers over 2025.
Dit zijn de totale opbrengsten. Dus netto omzet plus overige opbrengsten (bijvoorbeeld parkeergelden of horecaopbrengsten). Om het eenvoudig te houden gebruiken we het woord omzet. Algemeen: als gesproken wordt over omzet wordt de netto-omzet bedoeld (dus omzet na aftrek van btw, kortingen e.d.) .
De NZa rapporteert in de informatiekaart alleen over dividenduitkeringen die zijn gedaan door zorgaanbieders die een BV of NV zijn. Voor BV’s en NV’s geldt dat de winst die zij maken wordt bepaald door de omzet te nemen en daar alle kosten (waaronder de beloning voor arbeid, te weten loon/salaris) af te trekken. Wanneer (een gedeelte van) deze winst wordt uitgekeerd aan één of meerdere aandeelhouders spreek je van een dividenduitkering. In het geval van een BV of NV is het dus per definitie zo dat de beloning voor arbeid niet in de dividenduitkering zit. Voor zorgaanbieders die de onderneming uitoefenen in de vorm van een eenmanszaak of personenvennootschap (maatschap, VOF, CV) geldt dat de beloning voor arbeid in de winst zit.
Beiden ratio’s kunnen nuttig zijn bij het beoordelen van de mate waarin zorgaanbieders in staat zijn om financiële tegenvallers op te vangen. Maar omdat er maar één manier is om het weerstandsvermogen te berekenen en er dus geen verschillen van mening kunnen ontstaan over de uitkomsten heeft de NZa ervoor gekozen voor de ratio weerstandsvermogen op te nemen in de informatiekaart.
Wij zijn bekend met de constructie om geld van een werk BV naar een holding BV te verplaatsen. Het is inderdaad een fiscaal gebruikelijke en traceerbare manier om geld van een werk BV naar een holding BV te verplaatsen. Dat betekent echter ook dat het geld dan van een zorgaanbieder naar een niet-zorgaanbieder wordt verplaatst.
Wanneer een zorgaanbieder verschillende vormen van zorg aanbiedt geldt dat de omzet en het uitgekeerde dividend wordt toegerekend aan de sector die de zorgaanbieder zelf heeft opgegeven als ‘hoofdsector’ in de jaarverantwoording. In het geval van een jeugdzorg aanbieder is er altijd sprake van een gecombineerde instelling, dus jeugdzorg in combinatie met GGZ, Gehandicaptenzorg of VVT. De jaarverantwoording zorg op grond van de WMG is alleen van toepassing voor jeugdzorg aanbieders die dit in combinatie doen met zorg gefinancierd vanuit de ZVW of WLZ.
Zorgaanbieders die betaald worden uit het basispakket van de Zorgverzekeringswet (Zvw), verzekerde zorg in Wet langdurige zorg (Wlz) of VWS-subsidie zijn verantwoordingsplichtig. Dit geldt voor zowel hoofdaannemers als onderaannemers. Solisten en zzp'ers hoeven geen jaarverantwoording aan te leveren, behalve wanneer de zzp'er een rechtspersoon (bijvoorbeeld een bv) is. Zie ook vragen voor solisten en zzp'ers verderop. Daarnaast staan in het Uitvoeringsbesluit WTZi nog een aantal categorieën van zorgaanbieders uitgezonderd van de verantwoordingsplicht (zie volgende vraag). Deze zijn opgenomen in het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer WMG.
In het Uitvoeringsbesluit WTZi zijn in artikel 3.1 de categorieën van instellingen opgenomen waarvoor winstoogmerk is toegestaan. Dit zijn zorgaanbieders die uitsluitend een of meer van de volgende vormen van zorg verlenen:
- audiologische zorg;
- behandeling van gedragswetenschappelijke aard in verband met een psychiatrische aandoening;
- farmaceutische zorg;
- huisartsenzorg;
- kraamzorg;
- medisch specialistische zorg, uitsluitend in verband met een psychiatrische aandoening en niet in combinatie met Zvw-verblijf;
- mondzorg;
- paramedische zorg;
- persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding, schoonmaak van de woning of behandeling, anders dan behandeling van gedragswetenschappelijke aard in verband met een psychiatrische aandoening, indien deze vormen van zorg niet worden verleend in combinatie met Wlz-verblijf;
- trombosezorg;
- uitleen van verpleegartikelen;
- verloskundige zorg;
- verstrekken van hulpmiddelen;
- vervoer;
- zorg in een kleinschalige woonvoorziening.
Alle geopenbaarde digitale jaardocumenten en jaarverslagen zijn te raadplegen op de website jaarverantwoordingzorg.nl (Archief DigiMV).
De NZa stelt aanvullende vragen over de bedrijfsvoering. Deze vragen gaan over bijvoorbeeld het uitgekeerde dividend, aantallen zorgverleners, uitstaande leningen etc. De vragen zijn terug te vinden in de Regeling structurele informatieverstrekking bedrijfsvoering WMG. De antwoorden van partijen op deze vragen zijn niet openbaar. De vragen hoeven niet beantwoord te worden door micro zorgaanbieders.
Het verbod op winstuitkering is vastgelegd in artikel 5 van de Wet Toelating Zorginstellingen (Wtzi): ‘een instelling heeft geen winstoogmerk, behoudens de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van instellingen’. Artikel 1 sub f Wtzi bevat een definitie van het begrip instelling; ‘een organisatorisch verband dat zorg of een andere dienst verleent waarop aanspraak bestaat ingevolge artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg of ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet’. Het begrip ‘instelling’ is daarmee leidend voor de reikwijdte van het verbod op winstuitkeringen. Het begrip zorgaanbieder is gebaseerd op de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en sluit meer aan bij het dagelijks taalgebruik.
|
Eerstelijns |
Mondzorg |
Vvt |
Msz |
Ggz |
Jz |
Ghz | |
|
Aandeel rechtspersonen |
26% |
57% |
82% |
88% |
60% |
45% |
53% |
|
Aandeel personen-vennootschappen * |
46% |
21% |
11% |
9% |
25% |
41% |
40% |
|
Aandeel eenmanszaken |
28% |
22% |
7% |
3% |
15% |
14% |
7% |
*Maatschap, VOF, CV
Dividend is het uitkeren (van een deel van de) winst door een rechtspersoon aan de aandeelhouder(s). Een BV of NV is een rechtspersoon.
Een andere veel voorkomende rechtspersoon, een stichting keert geen dividend uit omdat zij geen aandeelhouders heeft. Eenmanszaken en personenvennootschappen (maatschap, VOF, CV) zijn geen rechtspersonen en keren geen dividend uit. De winst (omzet minus kosten) die een eenmanszaak of personenvennootschap maakt is feitelijk de arbeidsvergoeding voor de verrichte werkzaamheden. Hierover moet nog Inkomstenbelasting worden betaald. De eigenaren kunnen vrij beschikken over deze winst.
Een onderneming of groep is micro, klein, middelgroot of groot als deze twee opvolgende boekjaren – de meest recente - voldoet aan tenminste twee van de drie onderstaande kenmerken.
|
Waardes |
Micro |
Klein |
Middelgroot |
Groot |
|
De waarde van activa (in €) |
≤ 450.000 |
≤ 7,5 miljoen |
≤ 25 miljoen |
> 25 miljoen |
|
De netto-omzet of som van de bedrijfsbaten over het boekjaar (in €) |
≤ 900.000 |
≤ 15 miljoen |
≤ 50 miljoen |
> 50 miljoen |
|
Het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar (fte) |
< 10 werknemers |
< 50 werknemers |
< 250 werknemers |
≥ 250 werknemers |
Micro zorgaanbieders hoeven van de wet de aanvullende vragenlijst van de NZa over de bedrijfsvoering niet in te vullen. Een van de vragen op die lijst is of er dividend is uitgekeerd, en zo ja hoeveel. Omdat micro aanbieders deze vragenlijst niet hoeven in te vullen, beschikt de NZa niet over het antwoord op die vraag. De financiële verantwoording die micro zorgaanbieders wel moeten aanleveren is te beperkt om op basis van die informatie vast te kunnen stellen of er dividend is uitgekeerd.
Deze bestaat uit orthopedie, ergotherapie, logopedie, podotherapie of een combinatie hiervan.
Deze bestaat uit audiozorg, ambulancezorg en cosmetische zorg.