Hoe realiseren we goede uitkomsten van zorg?

Hoe realiseren we goede uitkomsten van zorg?

(Logo Congres Wijkverpleging 2019 komt in.)

INSPIRERENDE MUZIEK

(De cliënt loopt naar de voordeur van haar woning. De wijkverpleegkundige praat in voice-over.)

WIJKVERPLEEGKUNDIGE: Het ligt natuurlijk aan de zorgvraag, hoe iemand wordt aangemeld. Aan de hand daarvan wordt er dus ook gekeken hoe je het gesprek aangaat met de cliënt.

(De cliënt doet de voordeur open. De wijkverpleegkundige komt binnen.)

WIJKVERPLEEGKUNDIGE: Hallo, hoe is het met u?

CLIËNT: Met mij buitengewoon. En met jou?

WIJKVERPLEEGKUNDIGE: Helemaal goed, super.

(De wijkverpleegkundige en cliënt lopen samen de woning in. De cliënt praat in voice-over en wordt daarna geïnterviewd. Haar naam komt in beeld: Mevrouw van Tol, Cliënte.)

CLIËNT: Door een operatie is een zenuw beschadigd in m'n rug. Daardoor kan ik niet meer uitplassen en heb ik voortdurend blaasontsteking. Dus elke avond word ik gekatheteriseerd.

(De wijkverpleegkundige wast zijn handen en praat in voice-over.)

WIJKVERPLEEGKUNDIGE: Mevrouw van Tol heeft hulp nodig bij het katheteriseren. En ze heeft daarom hulp nodig van de wijkverpleging. 

(De cliënt ligt op bed. De wijkverpleegkundige loopt binnen en pakt een medische handschoen van het nachtkastje.)

CLIËNT: Dat is een M-metje, dat weet je.

WIJKVERPLEEGKUDNIGE: Maar ik heb een L-letje.

CLIËNT: Ja, dat dacht ik al.

(De wijkverpleegkundige wordt geïnterviewd en zijn naam komt in beeld: Luuk Groen, Wijkverpleegkundige.)

WIJKVERPLEEGKUNDIGE: Je hebt ook hulp nodig van de verpleegkundige collega's die dagelijks bij meneer of mevrouw komen, om af te wegen: Waar doe je goed aan? Welke zorg is nou passend? Is iemand zieker aan het worden en zien we dat, dan nemen we toch contact op met de huisarts. Per zorgmoment stem je eigenlijk af: wat moet ik doen? Wat is noodzakelijk om iemand nog zelfstandig thuis te laten wonen?

(De wijkverpleegkundige pakt een gaasje uit een doosje dat op het nachtkastje staat.)

WIJKVERPLEEGKUNDIGE: Pak ik de gaasjes. Hier het bekertje met water.

(De cliënt wordt geïnterviewd.)

CLIËNT: Ik heb nu gordelroos gekregen. En ik had het er ook met die meisjes over wat ik doen moet. En die zeggen dan: u moet de huisarts bellen. Ik ga niet zo gauw naar de huisarts. Ze zeiden: Dat hoeft niet, die komt thuis. En die is ook thuis geweest.

(De cliënt ligt nog op bed. De wijkverpleegkundige loopt de badkamer in.)

WIJKVERPLEEGKUNDIGE: Gaan we het even nameten.

CLIËNT: Ik kan er met m'n dochter over praten, maar zij hebben er meer verstand van.

(De cliënt ligt op bed en is in gesprek met de wijkverpleegkundige.)

CLIËNT: Ja, bedankt.

WIJKVERPLEEGKUNDIGE: Dat was 'm, klaar.

CLIËNT: Wil je nog wat drinken? Iets van fris of zo, of koffie?

(De cliënt wordt geïnterviewd.)

CLIËNT: Ik vind het heerlijk. Het is niet beter dan in je eigen huis. Dat je zelf nog een beetje kan rommelen. Ik kan niet zo veel meer, maar dat je toch nog wat doen kan. En je eigen baas bent. 

(De cliënt schenkt warme koffie in. De wijkverpleegkundige wordt geïnterviewd.)

WIJKVERPLEEGKUNDIGE: We evalueren ook een keer in 't halfjaar samen met de cliënt. En als er tussentijds grote veranderingen plaatsvinden overleggen we dat ook.

(De cliënt en de wijkverpleegkundige zitten samen aan de eettafel en zijn met elkaar in gesprek.)

CLIËNT: Maar net als jij zegt: we hebben een gesprek gehad, en dat is dan wel fijn.

(De wijkverpleegkundige wordt geïnterviewd.)

WIJKVERPLEEGKUNDIGE: Bij mensen die zieker zijn of in hun laatste fase zijn, kom ik geregeld langs om een vinger aan de pols te houden. Want die zorgzwaarte wisselt ook heel erg, en heel erg snel. Dus dan kom ik ook wat vaker langs. Zelfs iedere dag. En dat is soms vaker dan een familielid dat langskomt.

(De cliënt en wijkverpleegkundige zitten aan de eettafel en zijn in gesprek.)

WIJKVERPLEEGKUNDIGE: Volgens mij kom ik volgende week dinsdag weer bij u langs.

CLIËNT: Je bent welkom de volgende keer.

WIJKVERPLEEGKUNDIGE: Nou, wat goed om te horen.

(Logo Congres Wijkverpleging 2019 komt in.)