Jongeren met een licht verstandelijke beperking tussen de 18 en 23 jaar kunnen tijdelijk zorg ontvangen die wordt vergoed vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz). Het kan dan gaan om behandeling bij ernstige gedragsproblemen of psychische hulp. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) deed onderzoek naar de zorgplicht van zorgkantoren voor deze jongeren met een zogenoemde LVG-indicatie. We constateren dat zorgkantoren tijdens de duur van de indicatie grotendeels voldoen aan hun zorgplicht. Maar we zien ook dat jongeren betere ondersteuning nodig hebben bij de momenten dat zij in en uit de tijdelijke zorg komen. Het is op die overgangsmomenten niet duidelijk wat de meest passende zorg voor hen is.

Beeld: © ISK

Zorgplicht in orde tijdens LVG-indicatie

Zodra jongeren een LVG-indicatie hebben, zien wij dat zorgkantoren hun zorgplicht naleven. Zij kopen zorg op adequate wijze in en zij nemen altijd contact op met cliënten voor wie er niet direct een passende plek beschikbaar is. Zij zijn actief betrokken bij het vinden van een passende plek als dat nodig is. Het vergt regelmatig grote inspanningen van de zorgkantoren om tot maatwerkoplossingen te komen, bijvoorbeeld als overbruggingszorg en een oplossing voor een passende woonplek nodig zijn. 

Voorlichting moet beter

De NZa heeft ook gekeken naar wat zorgkantoren kunnen doen voor jongeren voorafgaand aan LVG-indicatie. Zorgkantoren kunnen deze jongeren nog beter informeren over de mogelijkheid van deze indicatie. Die informatie was tijdens het onderzoek niet goed vindbaar op bijvoorbeeld de websites van de zorgkantoren. Wij hebben zorgkantoren erop aangesproken dit te verbeteren.

Betere ondersteuning nodig voor vervolgzorg

We zien ook verbeterpunten op het moment dat de tijdelijke LVG-indicatie afloopt. Zorgkantoren moeten de jongeren dan informeren over de opties qua vervolgzorg en hen hierbij ondersteunen. Het kan gaan om vervolgzorg binnen of buiten de Wlz en waarschijnlijk een nieuwe woonplek. Wij verwachten van de zorgkantoren dat zij hun voorlichting en ondersteuning verbeteren als jongeren na afloop van de LVG-indicatie zijn aangewezen op de gemeente en/of de zorgverzekeraar. Hierbij hoort dat de zorgkantoren deze doelgroep goed kennen en ook weten wanneer er een indicatie aankomt of afloopt.

Aandacht voor stelselpunten buiten de invloed van het zorgkantoor

Aandacht voor stelselpunten buiten de invloed van het zorgkantoor

Licht verstandelijk beperkte jongeren moeten gedurende hun zorgtraject continu de hulp krijgen die zij nodig hebben. Om voor deze cliëntengroep een effectief meerjarig en passend traject te realiseren is een duidelijke visie nodig wanneer LVG-zorg en wanneer verlengde jeugdhulp het meest passend is. De NZa signaleert naar aanleiding van dit onderzoek dat zorgkantoren dit niet alleen kunnen. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en gemeenten hebben ieder een rol om jongeren goed te informeren over de verschillende mogelijkheden van zorg.