De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bestaat 20 jaar. Net als het zorgstelsel met gereguleerde marktwerking dat in 2006 werd ingevoerd. Terwijl het Nederlandse zorgstelsel nog altijd tot de beste ter wereld behoort, nemen de druk op de zorg en de maatschappelijke uitdagingen toe. NZa-Bestuursvoorzitter Geranne Engwirda: “Dit moment grijpen wij aan om het gesprek te voeren over de keuzes die nodig zijn zodat onze ouders, kinderen én kleinkinderen kunnen blijven rekenen op toegankelijke, betaalbare en passende zorg als dat nodig is.”

Beeld: © Dorien Hein

Toekomst vraagt om keuzes

Volgens de Raad van Bestuur van de NZa staat het Nederlandse zorgstelsel voor een fundamentele verandering. NZa-Bestuurslid Karina Raaijmakers: “Er vinden veel goede innovaties plaats in de zorg en het sociaal domein, maar het is ingewikkeld om de verschillende domeinen ook qua financiering en regelgeving met elkaar te verbinden. Daar komt bij dat Nederland niet langer op alle terreinen vooroploopt in zorg en gezondheid. Onze leefomgeving wordt ongezonder, slecht voedsel is overal verkrijgbaar en de gezondheidsverschillen nemen verder toe.”

Geranne Engwirda: “Het is belangrijk dat we samen onderzoeken wat nodig is om de zorg toekomstbestendig te organiseren. Dat vraagt ook om politieke keuzes. Er is schaarste en we kunnen niet alles blijven oplossen binnen de zorg. We moeten bepalen wat we wel en niet in de zorg willen borgen en wat daarbuiten kan worden georganiseerd.”

Maatschappelijke opdracht blijft, focus verschuift

De NZa heeft de maatschappelijke opdracht om de toegankelijkheid en betaalbaarheid van onze zorg te beschermen. Twintig jaar geleden lag de nadruk vooral op de betaalbaarheid en rechtmatigheid van zorg. Nu draait het steeds vaker om de vraag hoe we de toegankelijkheid van zorg kunnen waarborgen en hoe we solidair omgaan met schaarse mensen en middelen.

Geranne Engwirda: “De NZa heeft een uitdagende taak, waarbij belangen van verschillende partijen in het zorgstelsel soms schuren of botsen. Maar onze missie blijft onveranderd: met elkaar zorgen dat alle inwoners van Nederland kunnen blijven rekenen op toegankelijke en betaalbare zorg.”

Solidariteit krijgt bredere betekenis

Chief Healthcare Anneke van Vught en Chief Economist Jeroen Struijs reflecteren op 20 jaar NZa en de veranderende kijk op het zorgstelsel. Een belangrijk inzicht volgens hen is dat de solidariteit waarop ons zorgstelsel is gebouwd, nog steeds het uitgangspunt is. Anneke van Vught: “Tegelijkertijd zien we dat het begrip solidariteit een bredere betekenis heeft gekregen. Rond de invoering van het zorgstelsel ging het vooral over de financiering van zorg en het verdelen van financiële risico’s tussen hoge en lage inkomens, en tussen gezonde en zieke mensen. Tegenwoordig gaat het over de vraag hoe we de zorg eerlijk verdelen en inzetten door de groeiende personeelstekorten en schaarse zorgcapaciteit.”

Jeroen Struijs vult aan: “We weten inmiddels ook dat gezondheid voor ongeveer 10% wordt bepaald door de zorg; de overige 90% wordt bepaald door sociaaleconomische omstandigheden zoals onderwijs, werk en wonen. Daardoor verschuift de aandacht steeds meer van solidariteit binnen het zorgstelsel naar solidariteit in de samenleving als geheel.”

Van productie van zorg naar maatschappelijke waarde

Kijkend naar de toekomst zien Anneke van Vught en Jeroen Struijs dat de aandacht steeds meer verschuift van ziekte en zorg naar gezondheid, functioneren en maatschappelijk welzijn. Anneke van Vught: “We zijn echt anders gaan kijken naar wat het zorgstelsel uiteindelijk moet bereiken. Lange tijd lag de nadruk vooral op het leveren van kwalitatief hoogwaardige medische zorg. Tegenwoordig kijken we meer naar de waarde die zorg kan toevoegen aan iemands leven.”

Daarnaast geven de Chiefs aan dat het voor de toekomst essentieel is om met elkaar tot de juiste voorwaarden te komen voor het ‘economische model’ waarop een belangrijk deel van de inrichting van ons zorgstelsel is gebaseerd. Chief Economist Jeroen Struijs: “Twintig jaar ervaring leert ons dat concurrentie en samenwerking geen tegenpolen zijn. Soms levert concurrentie innovatie en vernieuwing op, terwijl op andere terreinen juist intensieve samenwerking nodig is. Als het economisch model een belangrijk sturingsprincipe blijft, zullen we de voorwaarden moeten versterken. Transparantie over kwaliteit en uitkomsten van de zorg, evenals de dynamiek van de dagelijkse zorgpraktijk lijken dan de grootste ontbrekende puzzelstukken.”