De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bundelt in de paper Governance van jeugdhulpconsortia, een vak apart geleerde lessen vanuit een kenniswisselingstraject met acht jeugdhulpconsortia. Veel gemeenten en regio’s kiezen ervoor om jeugdhulp met taakgerichte opdrachten te organiseren en deze uit te laten voeren door een samenwerking van jeugdhulpaanbieders. Voor toezichthouders en bestuurders van de samenwerkende aanbieders geeft deze manier van organiseren nieuwe uitdagingen bij het effectief vormgeven van hun governance en intern toezicht. Met inzichten uit de praktijk wil de NZa de dialoog in de jeugdzorgsector versterken en (toekomstige) jeugdhulpconsortia helpen om hun governance beter in te richten.
Beeld: © ISK
Bespreek en ken ieders belang
Voor de continuïteit van en beschikbaarheid van jeugdhulp is het van belang dat de governance van jeugdhulpconsortia de gezamenlijke uitvoering van de opdracht ondersteunt. Om het gezamenlijke doel te kunnen bereiken, is het nodig om op een andere manier te kijken naar de eigen organisatie in verhouding tot de samenwerkingspartners. Het is belangrijk om belangen, rollen en verwachtingen van en tussen elkaar expliciet uit te spreken. Dit geldt ook voor de verhouding tussen het consortium en de gemeente of regio als opdrachtgever. Wanneer belangen en invloed goed op elkaar aansluiten kunnen partijen op deze manier beter sturen en verantwoordelijkheid dragen.
Stelselonderzoek NZa
De NZa heeft de taak om ontwikkelingen op stelselniveau te onderzoeken die gevolgen kunnen hebben op de beschikbaarheid van jeugdzorg. We signaleerden bij de jeugdhulpconsortia kansen en risico’s op het gebied van governance en intern toezicht. Om de kansen op succesvolle taakuitvoering te verbeteren, is het belangrijk dat de sector inzet op kennisuitwisseling en dialoog. De NZa doet een oproep aan de sector om de geleerde lessen en inzichten meer met elkaar te delen om zo tot meer succesvolle uitvoering van taakgerichte opdrachten door jeugdhulpconsortia te komen.