In sommige situaties ontvangt een kind van meerdere zorgaanbieders zorg. Gedacht kan worden aan de volgende situaties:

  • Een kind ontvangt ’s ochtends zorg in het ziekenhuis (zorgaanbieder A), en wanneer het kind ’s middags thuis is komt de wijkverpleging langs (zorgaanbieder B).
  • Een kind verblijft in een kinderzorghuis (zorgaanbieder A) en gaat overdag naar school. Daar krijgt het kind zorg van de wijkverpleging (zorgaanbieder B).
  • Een kind verblijft in een kinderzorghuis (zorgaanbieder A), maar gaat overdag naar huis waar de wijkverpleging zorg komt verlenen (zorgaanbieder B).
  • Een kind verblijft in een kinderzorghuis en gaat overdag naar een verpleegkundig kinderdagverblijf.
  • Een kind gaat overdag naar een verpleegkundig kinderdagverblijf en ontvangt ’s avonds medische kindzorg thuis van een kinderverpleegkundige.

Welke zorgaanbieder mag welke zorg dan declareren?

Het is denkbaar dat verschillende organisaties zorg verlenen aan een kind, die onder verschillende of dezelfde prestaties valt. In genoemde voorbeelden gaat het om prestaties voor verblijf of dagopvang bij medische kindzorg, wijkverpleging (d.w.z. gespecialiseerde verpleging) of medisch specialistische zorg. Het betreft dezelfde (of soortgelijke) zorg op een ander moment.

Zorgaanbieders die deze zorg leveren mogen deze zorg dan ook declareren. De prestaties van de NZa hebben geen overlap in kosten en van dubbele bekostiging is dan geen sprake.