De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft voor 2026 de (medische) opleidingsplaatsen verdeeld over alle opleidende zorgaanbieders. Het gaat om de opleidingsplaatsen waarvoor een beschikbaarheidbijdrage geldt. De NZa doet dit in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en zal dit ook voor 2027 gaan doen.
Beeld: © ISK
Criteria en werkwijze
De NZa heeft de voorstellen van adviesorganen TOP Opleidingsplaatsen en Stichting BOLS betrokken bij het verdelen van de opleidingsplaatsen over de individuele zorgaanbieders. Hierbij is rekening gehouden met de criteria die zijn benoemd in de aanwijzing van het ministerie van VWS. Zorgaanbieders die zorgprofessionals opleiden ontvangen hiervoor een vergoeding, de zogenaamde beschikbaarheidbijdrage. De NZa bepaalt de hoogte van de vergoedingen na kostenonderzoek. Het totale aantal instroomplaatsen per specialisme wordt door het ministerie van VWS vastgesteld. Dit doet zij na advies door het Capaciteitsorgaan die berekent hoeveel zorgprofessionals er in de toekomst nodig zijn.
Tijdelijke opdracht
Door de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) geen grondslag meer om dit zelf te doen. Daarom heeft de minister van VWS deze taak tijdelijk bij de NZa neergelegd, zodat het opleiden van zorgprofessionals door kan blijven gaan. We hebben intensief met het ministerie samengewerkt om gevolg te geven aan de uitspraak van het CBb. Na wijziging van onze beleidsregel hebben alle opleidende zorgaanbieders voor 2026 tijdig een beschikking ontvangen waarmee zij een beschikbaarheidbijdrage kunnen aanvragen.