NZa wijst op juist declaratiegedrag voor aanvullende medische anamnese in de mondzorg

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) controleerde bij negen tandartspraktijken of zij het uitvragen van de medische voorgeschiedenis van patiënten (aanvullende medische anamnese) op de juiste manier in rekening brengen. De praktijken vielen op door hun afwijkende declaratiegedrag van code C22. Acht tandartsen pasten dit aan na onze controle. Eén praktijk toonde geen inzet om zijn gedrag aan te passen. De NZa heeft deze tandarts een aanwijzing opgelegd en verwacht dat ook hij zijn gedrag aanpast.

Regelmatig ontvangt de NZa meldingen van patiënten over het onnodig declareren van de aanvullende medische anamnese (code C22). Daarom bekeken we hoe vaak mondzorgaanbieders de code C22 declareren. De onderzochte praktijken vielen op omdat hun declaratiegedrag afwijkt van dat van hun collega's. De praktijken bleken de code niet helemaal juist toe te passen maar de meeste zijn zelf aan de slag gegaan met het doorvoeren van verbeteringen. In één geval heeft de NZa een aanwijzing opgelegd omdat deze tandarts geen inzet toonde om zijn gedrag aan te passen.

De aanvullende medische anamnese is bedoeld om de medische voorgeschiedenis van een patiënt in beeld te brengen. Tandartsen vragen (nieuwe) patiënten vaak om een vragenlijst in te vullen. De antwoorden op deze vragenlijst kunnen aanleiding zijn om meer informatie in te winnen, bijvoorbeeld bij de huisarts. De tandarts bespreekt de aanvullende anamnese met de patiënt en legt in het patiëntendossier vast welke bijzonderheden aanleiding waren voor de aanvullende medische anamnese. Het is daarmee niet de bedoeling om bij nieuwe patiënten standaard C22 te declareren.

Met ingang van 1 januari 2022 wijzigt de prestatiecode voor de aanvullende medische anamnese naar de code C010. Vanaf dan is overleg met een huisarts of specialist een voorwaarde voor het declareren van een aanvullende medische anamnese.