Kerncijfers ouderenzorg

Zorguitgaven per leeftijdsgroep (x miljoen euro)
langdurige zorgpersoonsgebonden budgetwijkverplegingwmo (definitie vanaf 2015)geestelijke gezondheidzorgmedisch-specialistische zorg (dbc)eerstelijnsverblijfparamedische zorgfarmaceutische zorghuisartsenzorg
65 -751678,2110,5519,8374,72054776,3198,5289,2987497,6
75 - 853420,4135,81056,2458,1109,13388150,3205,7717,4352,1
85+5021,8135,61113,3304,627,51101,965,680,6282,3148,4

De figuur laat per leeftijdsgroep de opbouw van de totale uitgaven zien. De uitgaven aan medisch-specialistische zorg zijn vooral hoog bij de jongste leeftijdsgroep (ongeveer 50%) terwijl de uitgaven aan wijkverpleging en langdurige zorg vooral hoog zijn bij de oudste groep.

Als u alle cijfers in onderstaande tabel wilt zien dan kunt u de wit-grijze balk naar rechts schuiven.

Brontabel als csv (420 bytes)
Zorgtreden aantal ouderen per leeftijdsgroep in 2016 (x1000)
123456
65 -75557,71045,827,362,880,726
75 - 85162,4471,747,579,2137,162,8
85+28,16520,930,4111,7100,1

In de  monitor zorg voor ouderen identificeren we groepen die qua zorggebruik overeenkomsten vertonen. Hiervoor maken we gebruik van zorgtreden, waarbij zorggebruik wordt ingedeeld in treden van relatief lichte naar zware zorg en ondersteuning. Hoe hoger de zorgtrede, hoe hoger de mate van afhankelijkheid.

In de jongste leeftijdsgroep 65-75 woont bijna iedereen zelfstandig thuis. In deze groep is zo’n 31% zeer vitaal (zorgtrede 1). Het percentage vitale ouderen in zorgtrede 1 wordt minder naarmate men ouder wordt. In de oudste leeftijdsgroep zelfs tot 10%. Vanaf 85-plus is meer dan de helft structureel afhankelijk van zorg en woont bijna één op de drie niet meer zelfstandig.

Brontabel als csv (130 bytes)
Uitgaven zorgtreden per leeftijdsgroep in 2016 (x miljoen euro)
123456
65 -752524388,4215,7973,71972,61839,7
75 - 8594,92035,2296,5944,82873,13758,5
85+17,8245,3104,3266,82214,35440,5

In de monitor zorg voor ouderen identificeren we groepen die qua zorggebruik overeenkomsten vertonen. Hiervoor maken we gebruik van zorgtreden, waarbij zorggebruik wordt ingedeeld in treden van relatief lichte naar zware zorg en ondersteuning. Hoe hoger de zorgtrede, hoe hoger de mate van afhankelijkheid.

In de jongste leeftijdsgroep 65-75 woont bijna iedereen zelfstandig thuis. In deze groep is zo’n 31% zeer vitaal (zorgtrede 1). Het percentage vitale ouderen in zorgtrede 1 wordt minder naarmate men ouder wordt. In de oudste leeftijdsgroep zelfs tot 10%. Vanaf 85-plus is meer dan de helft structureel afhankelijk van zorg en woont bijna één op de drie niet meer zelfstandig.

Brontabel als csv (148 bytes)