Wachttijden in geestelijke gezondheidszorg oplossen door betere samenwerking in regio’s

De wachttijden in de geestelijke gezondheidszorg moeten korter. Dat kan alleen als huisartsen, psychiaters, psychologen en ggz-instellingen in regio’s veel beter samenwerken bij het verwijzen en doorverwijzen van mensen met psychische problemen. Zorgverzekeraars moeten daarin meedoen door de afspraken die ze met zorgaanbieders maken. Ook gemeenten hebben een rol om te voorkomen dat bijvoorbeeld schuldenproblematiek leidt tot instroom in de ggz. Duidelijk moet worden wat men van elkaar kan verwachten in het netwerk van zorgaanbieders, zorgverzekeraars en gemeenten.

©isk

Dat schrijven de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) op basis van gezamenlijk toezicht in verschillende regio’s.

Weinig overzicht en te weinig samenwerking

Binnen regio’s is vaak niet duidelijk waar mensen met specifieke psychische problemen terecht kunnen. Huisartsen weten daardoor niet naar welke zorgaanbieder ze iemand kunnen verwijzen. Verwijzingen en doorverwijzingen zijn soms niet compleet of zelfs verkeerd. Dat levert weer vertraging op. Bovendien is in de regio’s ook lang niet altijd duidelijk hoeveel mensen wachten op een behandeling.

In bijna alle onderzochte regio’s zijn er wel initiatieven om de wachttijden korter te maken. Maar er zitten vaak gaten in de samenwerking tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Partijen verschuilen zich soms achter elkaar of verwijzen naar de omstandigheden, zoals personeelstekorten. Daarom heeft het ministerie van VWS met acht regio’s (waar de wachttijden het langst zijn) afgesproken zogenoemde ‘versnellers’ in te schakelen.

Aanbevelingen

De inspectie en de NZa doen aanbevelingen die alle betrokken partijen zouden moeten uitvoeren. Een greep daaruit:

  • Betere samenwerking tussen huisartsen, sociale wijkteams en de geestelijke gezondheidszorg, met meer aandacht voor ondersteuning en preventie.
  • Gemeenten moeten samen met zorgverzekeraars per regio in beeld brengen welk zorgaanbod nodig is.
  • Zorgaanbieders in de geestelijke gezondheidszorg kunnen veel beter duidelijk maken hoe lang de wachtlijsten en wachttijden zijn. Per 1 januari moeten ggz-aanbieders daarom op grond van een aangepaste regel van de NZa ook het aantal mensen dat op de wachtlijst staat gaan melden. 
  • Een actieve(re) rol van zorgverzekeraars om ervoor te zorgen dat iedereen tijdig de zorg krijgt die hij nodig heeft.
  • Regionale afspraken over het verkorten van wachttijden, met duidelijke doelen die de inspectie en de NZa vervolgens kunnen toetsen.
  • Landelijke afspraken om regionale samenwerking in ggz-netwerken beter mogelijk te maken.

De IGJ en de NZa gaan in 2021 verder met hun gezamenlijk regionaal toezicht. Daarbij spreken zij partijen aan op hun verantwoordelijkheden om de wachttijden terug te dringen.