Positieve ervaringen met integrale geboortezorgprestaties, ook monodisciplinair declareren blijft mogelijk

De 8 aanbieders die werken met de integrale geboortezorgprestaties en de zorgverzekeraars zijn positief over de manier waarop integrale bekostiging van de geboortezorg bijdraagt aan de samenwerking tussen professionals, maar ook over de verplaatsing van zorg van de tweedelijn, bijvoorbeeld van de gynaecoloog, naar de verloskundige in de eerstelijn. Dat blijkt uit een enquête die de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft gehouden onder deze aanbieders en de zorgverzekeraars.

©STA

De verhouding tussen zorgverzekeraars en deze aanbieders lijkt daarnaast in evenwicht, wat goed is voor het contracteerproces. Ook worden afspraken gemaakt over kwaliteit en ervaren de meeste aanbieders inmiddels minder administratieve lasten dan in de beginfase. In een informatiekaart geven we een overzicht van de resultaten. 

Waarom integrale bekostiging?

De integrale bekostiging moet drempels in de bekostiging wegnemen die vergaande samenwerking bemoeilijken. Uit talloze rapporten blijkt dat de kwaliteit van de Nederlandse geboortezorg voor verbetering vatbaar is. Sleutel voor verbetering is steeds: samenwerking tussen de eerste en de tweedelijn. De NZa vindt de kwaliteit van de geboortezorg van essentieel belang. De zorgstandaard voor geboortezorg is een integrale standaard. Deze schrijft voor alle aanbieders in de geboortezorg nauwe samenwerking voor. Daarom willen we dat het - naast de monodisciplinaire bekostiging van de verloskunde - ook mogelijk is om de zorg voor moeder en (het ongeboren) kind integraal te bekostigen.

Organisaties die nu al naar tevredenheid zo samenwerken, moeten financiële zekerheid hebben naar de toekomst toe. Het is dan ook van belang om nu knopen door te hakken. Aan het einde van dit jaar verloopt het experiment integrale bekostiging. Zonder besluit van de minister van VWS over reguliere bekostiging van de integrale geboortezorg kunnen deze organisaties die nu juist laten zien dat verdergaande samenwerking mogelijk is, niet voortbestaan en gaat jaren werk verloren.

Monodisciplinaire en integrale bekostiging

We merken dat over integrale bekostiging van geboortezorg nogal wat misverstanden bestaan. Er is sprake van een tweesporenbeleid. Dat betekent dat de integrale bekostiging een aanvulling is op de huidige bekostiging. Partijen die door willen met de integrale bekostiging moeten dat kunnen. Tegelijkertijd zullen we samen met veldpartijen onderzoeken op welke manier we de huidige bekostiging kunnen doorontwikkelen om deze meer passend te maken voor integrale geboortezorg. Dit wijkt af van wat we in september 2020 in ons ‘Advies toekomst bekostiging integrale geboortezorg’ adviseerden. Ons advies is niet volledig overgenomen. De zorgen van partijen hebben geleid tot dit tweesporenbeleid waarin, in tegenstelling tot ons advies, monodisciplinaire bekostiging niet afgeschaft wordt in 2028.

Ook verandert er niets in de mate van keuzevrijheid van vrouwen, al begrijpen wij dat deze perceptie wel leeft. Een vrouw mag altijd en op ieder moment kiezen voor een (andere) verloskundigepraktijk, de plek van de bevalling en kraamzorgorganisatie. Hierbij maakt het niet uit of zij zorg afneemt bij een aanbieder die werkt met monodisciplinaire of integrale prestaties.

Een veelgehoorde angst die wij horen van verloskundigen is daarnaast dat zij bang zijn om hun autonomie te verliezen als ze in één organisatie moeten samenwerken met gynaecologen in het ziekenhuis. De integrale bekostiging voor aanbieders van integrale geboortezorg biedt hen de mogelijkheid om als één organisatie te declareren, onderling te verdelen en kwaliteitsafspraken te maken. In de enquête zien we niet terug dat verloskundigen binnen een IGO minder autonomie ervaren. Natuurlijk blijven we de ontwikkelingen in de geboortezorg nauwgezet volgen en staan we open voor signalen, allemaal in het belang van de beste zorg voor moeder in kind.