Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza)

Een integere en professionele bedrijfsvoering is van groot belang voor de continuïteit van zorg en rechtmatige besteding van zorggeld. De overheid stelt daarom eisen aan het bestuur, de financiële administratie en de bedrijfsvoering van zorgaanbieders die zorg bieden vanuit de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg. 

Op 1 januari 2022 treden de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders (Awtza) in werking. Deze wetten hebben tot doel:

  • het bevorderen van bewustzijn over de regelgeving voor zorgverlening en over de verantwoordelijkheden van zorgaanbieders (niet alleen zorginstellingen);
  • het verbeteren van het toezicht door de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de NZa.

Nieuwe taken voor de NZa

De Awtza regelt aspecten die voortkomen uit de invoering van de Wtza. De Awtza regelt ook dat de NZa er een aantal toezichttaken bij krijgt. Vanaf 1 januari 2022 houdt de NZa toezicht op volgende vier taken:

  • Transparantie van de financiële  bedrijfsvoering;
  • Het verbod op winstoogmerk;
  • De aanlevering van de jaarverantwoording;
  • De voorwaarden voor het aantrekken van derivaten.

Hoe houdt de NZa toezicht op deze taken?

De NZa houdt datagedreven en risicogestuurd toezicht. Door databronnen zoals de maatschappelijke jaarverantwoordingen  krijgt de NZa zicht op risico’s op het gebied van integere en professionele bedrijfsvoering. Daarnaast kan de NZa in actie komen als wij een melding hebben ontvangen. Waar nodig doen wij vervolgens verdiepend onderzoek naar aard en oorzaak van de geconstateerde overtreding.

De NZa handhaaft ook als dat nodig is, bijvoorbeeld met een last onder dwangsom. Bij zeer ernstige overtredingen kunnen wij een bestuurlijke boete opleggen of het CIBG vragen de vergunning van een zorgaanbieder in te trekken. Per 1 januari 2022 is een overtreding op het gebied van de transparante financiële bedrijfsvoering of jaarverantwoording bovendien een economisch delict. In dat geval kan de NZa met het OM overleggen of het delict via het strafrecht moet worden aangepakt.