Print

Alle ggz-aanbieders moeten wachttijden publiceren

22-12-2015

Alle vrijgevestigde psychologen, psychiaters en instellingen in de ggz moeten hun wachttijden bekendmaken. Daardoor weten burgers hoe lang het duurt voor zij bij een bepaalde zorgverlener terechtkunnen. Vanaf 1 april 2016 moeten alle aanbieders van geestelijke gezondheidszorg de wachttijden op hun website publiceren, zo heeft de Nederlandse Zorgautoriteit in overleg met brancheorganisaties in de ggz en zorgverzekeraars bepaald.

Het is belangrijk dat burgers en verwijzers, zoals huisartsen, juiste en volledige informatie krijgen over wachttijden, zodat patiënten tijdig geholpen kunnen worden. Als de wachttijd langer is dan de afgesproken normtijd kunnen burgers aan hun zorgverzekeraar bemiddeling vragen. De verzekeraar kan hen dan doorverwijzen naar een andere aanbieder die eerder tijd heeft. Ook voor de verzekeraar is het dus belangrijk dat hij inzicht heeft in de wachttijden bij verschillende ggz-aanbieders.

Sommige patiënten zullen graag door een aanbieder van hun voorkeur geholpen willen worden. Ook voor hen is het goed als ze weten met welke wachttijd zij dan rekening moeten houden.  

Ggz-aanbieders moeten vanaf 1 april 2016 twee verschillende wachttijden vermelden. De eerste is de tijd die het duurt vanaf het moment dat een patiënt contact opneemt met de zorgverlener, tot aan het eerste gesprek. Dat is de aanmeldwachttijd. De maximale tijd die daar tussen mag zitten is vier weken, volgens de Treeknorm die aanbieders en verzekeraars hebben afgesproken.

De tweede wachttijd die ggz-aanbieders moeten melden op hun website is de tijd die er zit tussen het eerste gesprek met de zorgverlener en het daadwerkelijke begin van de behandeling, de behandelingswachttijd. Aanbieders en verzekeraars hebben bepaald dat die maximaal tien weken mag bedragen.

Nu moeten alleen instellingen die ambulante gespecialiseerde ggz-zorg aanbieden hun wachttijden op hun website vermelden. Daar komen vanaf april 2016 ook de aanbieders van zorg in de basis-ggz bij, en instellingen die klinische ggz aanbieden.

Ook nieuw is dat aanbieders moeten aangeven of de behandelingswachttijd voor een bepaalde diagnose bij hen langer is dan hun gemiddelde wachttijd. Uit onderzoek van de NZa bleek onlangs dat vooral mensen met een autistische stoornis langer dan zes weken moeten wachten voor de behandeling begint. Ook moeten aanbieders het op hun website zetten als zij van een bepaalde verzekeraar geen verzekerden meer behandelen, bijvoorbeeld omdat het omzetplafond dat tussen de verzekeraar en aanbieder is afgesproken, is bereikt.


Zie verder