Print

Zorgverzekeraars voldoen aan zorgplicht en kopen steeds beter zorg in

12-03-2014

Zorginkoop kan scherper in de mondzorg, huisartsenzorg en GGZ

Zorgverzekeraars kopen steeds beter zorg in doordat ze meer informatie hebben over de verschillen tussen zorgaanbieders. Ze kunnen daardoor selectiever inkopen terwijl ze toch blijven voldoen aan hun zorgplicht. Dit blijkt uit de monitor Zorginkoop van de NZa.
In bepaalde sectoren zoals de mondzorg, huisartsenzorg en GGZ ontbreekt nog goede informatie over kwaliteit en doelmatigheid. De zorginkoop kan daar nog effectiever.

Verzekeraars kunnen nog beter zorg inkopen als zij zelf de hoogte van de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg mogen bepalen, en er ook voor kunnen kiezen om helemaal niets te vergoeden voor zorg geleverd door aanbieders waar zij geen contract mee hebben.

Scherpere inkoop van planbare en complexe zorg
Zorgverzekeraars zijn selectiever in het inkopen van onder meer fysiotherapie en planbare zorg zoals heup- en knieoperaties en bij complexe zorg zoals kankerbehandelingen. Dit komt vooral doordat er voor deze zorg steeds betere informatie beschikbaar is over de verschillen tussen zorgaanbieders: de zogenoemde spiegelinformatie. Over andere zorgsoorten zoals de mondzorg, huisartsenzorg en geestelijke gezondheidszorg is nog onvoldoende objectieve informatie beschikbaar over de verschillen tussen aanbieders in de kwaliteit, doelmatigheid en service van de zorg.

Stop met verplichte vergoeding niet-gecontracteerde zorg
In een aantal zaken besliste de rechter dat de zorgverzekeraar voor niet-gecontracteerde zorg 75 tot 80 procent van het gebruikelijke tarief moest vergoeden. In de visie van de NZa is het echter nu ook al toegestaan dat zorgverzekeraars zelf bepalen hoeveel zij voor niet-gecontracteerde zorg vergoeden, als het maar meer is dan nul euro.
In artikel 13 van de Zorgverzekeringswet (Zvw) staat dat de zorgverzekeraar de hoogte van de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg bepaalt. Als de wet zo wordt uitgelegd als nu is opgeschreven in art 13 Zvw, betekent dat volgens de NZa dat elke vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg van meer dan nul euro is toegestaan. Daarnaast vindt de NZa het wenselijk om de wet zo aan te passen dat de zorgverzekeraar er ook voor kan kiezen om helemaal geen  vergoeding te geven voor niet-gecontracteerde zorg.
Een verplichting om niet-gecontracteerde zorg voor ten minste 75 tot 80 procent te vergoeden, betekent dat de premie onnodig hoog blijft omdat de zorgverzekeraar ook een aanzienlijk deel moet vergoeden van zorg die hij niet heeft ingekocht. Bovendien zorgt zo'n standaardvergoeding ervoor dat zorgaanbieders minder druk ervaren om betere of efficiëntere zorg te bieden. De zorginkoop wordt effectiever als zorgverzekeraars zelf de hoogte van de vergoeding voor niet gecontracteerde zorg kunnen bepalen, en er ook voor kunnen kiezen om helemaal niets te vergoeden voor zorg van zorgaanbieders waar zij geen contract mee hebben.

Scherpe zorginkoop goed voor verzekerden en patiënten
Vooral de kleine zorgaanbieders (zoals fysiotherapeuten, logopedisten en kleine aanbieders in de GGZ) zijn ontevreden over de manier waarop de zorgverzekeraars contracteren. Zij vinden dat de zorgverzekeraar teveel macht heeft. De NZa ziet toe op de naleving van de zorgplicht die zorgverzekeraars hebben richting hun verzekerden. De zorgverzekeraars kopen voldoende zorg in voor hun verzekerden en deze zorg is betaalbaar, toegankelijk en van goede kwaliteit. Enige inkoopmacht aan de kant van de zorgverzekeraars is juist nodig om deze publieke belangen voor de verzekerden en patiënten te beschermen. Op dit moment ziet de zorgautoriteit dan ook geen aanleiding om in te grijpen.

Contracteerproces moet eerder en beter
De NZa vindt het positief dat de contracten voor 2014 weer eerder klaar waren dan het jaar ervoor, maar ziet nog mogelijke verbeteringen in het proces van contracteren. Zo moeten zorgaanbieders voldoende tijd krijgen om te reageren op contractvoorstellen van de zorgverzekeraars. Om dit mogelijk te maken, zorgt de NZa ervoor dat haar eigen regels voor 2015 uiterlijk op 1 juli 2014 beschikbaar zijn, zodat de verzekeraars en zorgaanbieders eerder kunnen starten met het contracteerproces. Dan kunnen de zorgverzekeraars bovendien uiterlijk half november in hun polisvoorwaarden exact aangeven met welke zorgaanbieders zij wel en niet een contract hebben in 2015.
Om de onderhandelingen tussen de vrije beroepsbeoefenaren in de zorg en de zorgverzekeraars te ondersteunen is een leidraad beschikbaar: de Good Contracting Practices. Voor de contractonderhandelingen geldt het gewone contractrecht, zowel voor de zorgaanbieders als voor de zorgverzekeraars.

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beschermt de belangen van de samenleving als het gaat om betaalbare, toegankelijke en goede gezondheidszorg.
Downloads