Hoe moet de mondzorg aan de cliënten in Wlz-instelling gedeclareerd worden?

De cliënt wordt behandeld binnen de eigen instelling

De Wlz-zorgaanbieder die een tandartspraktijk binnen de muren van de instelling heeft, dient de in rekening gebrachte tandartskosten bij het zorgkantoor te declareren via het U25-tarief en in geval van narcose via het G201-tarief (mits aangegeven op de tariefbeschikking van de instelling).

De cliënt wordt behandeld buiten de eigen instelling

Als de Wlz-cliënten buiten de eigen zorginstelling worden behandeld - dus in een reguliere tandartspraktijk buiten de muren van hun instelling - worden de tandartskosten in rekening gebracht door de declaratie van het U35-tarief (in plaats van het U25-tarief). 

Rechtstreekse declaratie door de tandartspraktijk bij het zorgkantoor is formeel niet mogelijk. Volgens de regelgeving dient de tandarts de kosten bij de WLz-zorgaanbieder in rekening te brengen. Als onderaannemer maakt de tandarts tariefafspraken met de Wlz-zorgaanbieder. Hiervoor is een vrij tarief van toepassing. Dit staat ook zo aangegeven in artikel 4.4 van de Nadere regel declaratievoorschriften, administratievoorschriften en informatievoorziening Wlz 2019 (NR/REG-1901b).

Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat er sprake is van een dubbele bekostiging van de huisvestingskosten voor de praktijkruimte. Voor cliënten met verblijf inclusief behandeling zit in de reguliere zzp-vergoeding ook een vergoeding voor een deel van de tandartskosten. Dit betreft de kapitaallasten (huisvesting), inventaris, verbruiksmaterialen en ondersteuning. De overige kosten (bijvoorbeeld het honorarium van de tandarts) kunnen aanvullend door de Wlz-zorgaanbieder worden gedeclareerd bij het zorgkantoor via de U25 of de U35.