Declaratie talentolk nu mogelijk in eerstelijns geboortezorg

Vanaf 2023 kunnen verloskundigen en kraamverzorgenden de inzet van een talentolk declareren. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft hiervoor een prestatie gemaakt die kan worden gedeclareerd naast een andere verloskundige of kraamzorgprestatie. Hiermee geeft de NZa gehoor aan een brede oproep vanuit zorgaanbieders om voor deze dienst een aparte bekostiging te maken.

Passende en doelmatige inzet

Door intensieve samenwerking tussen branchepartijen, zorgverzekeraars en de NZa is er in korte tijd een passende oplossing gevonden om zorg in een voor de cliënt begrijpbare taal mogelijk te maken. De Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen en Bo Geboortezorg hebben daarna kwalitatieve normen opgesteld om ervoor te zorgen dat een professionele tolk gepast en doelmatig wordt ingezet.

Zorgbrede inzet talentolk

Taal kan een barrière zijn als het gaat om het ontvangen van goede zorg. Het begrijpen van informatie die de verloskundige of kraamverzorgende overbrengt en de mogelijkheid tot het stellen van vragen leidt tot een betere gezondheid voor (aanstaande) moeder en kind. Dit geldt eigenlijk voor alle medische zorg die mensen ontvangen. Daarom wordt er door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) ook gekeken naar een landelijke, zorgbrede oplossing voor de inzet van een talentolk. De nieuwe toeslag in de eerstelijns verloskunde en kraamzorg is tijdelijk tot deze oplossing er is.

Inkoop en monitoring

De NZa adviseert zorgaanbieders om met zorgverzekeraars te overleggen over de inkoop van deze zorg. De ontwikkelingen rondom een zorgbrede oplossing en de inzet van de tolk houdt de NZa nauwgezet in de gaten. Voor de geboortezorg met vrije tarieven (de tweedelijns gynaecologie, obstetrie en de integrale geboortezorg) is er geen toeslagprestatie ingevoerd omdat de vrije tarieven hiervoor al ruimte bieden.