NZa schetst kader voor inhaalzorg

Nu het aantal COVID-patiënten verder afneemt, kunnen de ziekenhuizen geleidelijk aan starten met het inhalen van de zorg die is uitgesteld. Het aantal gemiste verwijzingen naar de ziekenhuiszorg wordt geschat op 1,45 miljoen. Het ministerie van VWS heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) gevraagd een kader op te stellen waarin zij aangeeft wat nodig is om deze inhaalzorg op gang te kunnen brengen. De NZa heeft dit kader opgesteld in overleg met onder andere V&VN, FMS, NVZ, NFU, ZKN, LHV, Patiëntenfederatie en ZN. Alle betrokken partijen hebben hun commitment uitgesproken om eventuele knelpunten bij het opschalen samen op te lossen.

©ssk

Randvoorwaarden inhaalzorg

In het afgelopen jaar is er veel van het zorgpersoneel gevraagd. Op advies van VWS en de NZa brengen de FMS en V&VN in kaart wat nodig is om het zorgpersoneel te laten herstellen. Om de zorg te kunnen opschalen, moet er hierdoor meer dan ooit worden ingezet op passende zorg en de juiste zorg op de juiste plek. Het benutten van de mogelijkheden van digitalisering, zoals het aanbieden van online consulten, is daarbij belangrijk. Om ervoor te zorgen dat regio’s in dezelfde mate zorg kunnen gaan inhalen, is het nodig dat de zorg aan COVID-patiënten ook in de lichtere fasen van de pandemie over ziekenhuizen gespreid blijft worden. 

Verder is de bedoeling dat alle beschikbare zorgcapaciteit van ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra (ZBC’s) zo goed mogelijk wordt benut. Daar waar capaciteit schaars is, zullen prioriteiten gesteld moeten worden: wie heeft welke zorg het snelste nodig en wie kan er bijvoorbeeld buiten het ziekenhuis worden geholpen? Het Raamwerk van de FMS is hierbij leidend. Belangrijk is dat het verlenen en inhalen van zorg in samenspraak gaat met de patiënt. Om zorgprofessionals te ondersteunen bij hun communicatie met patiënten over de inhaalzorg heeft de NZa een informatiekaart gemaakt.

Rol partijen aanpak wachtlijsten

Om de wachtlijsten te verkorten, is het essentieel dat de verschillende partijen hun rol in het huidige zorgstelsel goed invullen. Zo is het bijvoorbeeld de taak van zorgaanbieders om inzicht te geven in de actuele wachttijden. Van hen verwachten we dat zij patiënten informeren over de wachttijd voor de behandeling. Als wachttijden de Treeknormen overschrijden, wijzen zij patiënten op de mogelijkheden van zorgbemiddeling door de zorgverzekeraar. Zorgverzekeraars moeten voldoende zorg inkopen voor hun verzekerden en hen bij te lange wachttijden bemiddelen naar een zorgaanbieder die de zorg wel tijdig kan leveren. 

De NZa herziet op dit moment de wachttijdenregeling msz, zodat wachttijdinformatie nog actueler wordt en daarmee ook goed bruikbaar voor zorgverzekeraars in hun rol als bemiddelaar. Het afgelopen jaar heeft de NZa een aantal handvatten gepubliceerd voor het invullen van de zorgplicht. Deze handvatten zijn de basis van het onderzoek dat de NZa drie jaar op rij heeft gedaan naar de inspanningen van zorgverzekeraars om wachttijden te verminderen. Uit het onderzoek van 2020  blijkt dat zorgverzekeraars steeds meer werk maken van de aanpak van wachttijden. Het inzicht in de wachttijden en de zorgbemiddeling zijn in de basis op orde en verbeterpunten zijn teruggekoppeld aan de betreffende zorgverzekeraars. De NZa verwacht dat zorgverzekeraars zich actief blijven inzetten om wachttijden aan te pakken – in samenwerking met andere partijen. 

Samenwerking essentieel

Niemand kan de wachtlijsten alleen oplossen. Alleen door goede samenwerking tussen zorgaanbieders, zorgverzekeraars en andere betrokken partijen (zoals het sociaal domein) kunnen de wachtlijsten in de verschillende regio’s verminderen. De NZa volgt en stimuleert deze samenwerking.