Regionale verschillen in het zorggebruik van ouderen

In 2040 zal het aantal ouderen boven de 75 zijn verdubbeld. De druk op de ouderenzorg neemt nu al toe, door een groeiend tekort aan zorgpersoneel en mantelzorgers. In de nieuwe monitor ouderenzorg heeft de Nederlandse Zorgautoriteit ( NZa) onderzocht of en hoe de ouderenzorg per regio verschilt. We hebben daarbij gekeken naar verschillende terreinen, zoals het aantal indicaties, de mate van verzilvering, het zorggebruik en het aantal wachtenden.

©SSK

De verschillen zijn voor een deel te verklaren door kenmerken van de regio. Verschillen kunnen daarnaast ook samenhangen met het beleid van zorgkantoren. Zorgkantoren kunnen op basis van de informatie van deze monitor van elkaar leren en waar mogelijk verbeteren. Ook kijken we waar beleidsveranderingen nodig zijn.

Indicaties

Als eerste zijn er verschillen op het gebied van aanvragen en krijgen van zorg. Zo is het aantal indicaties in stedelijke gebieden relatief hoger en vragen ouderen in gebieden met duidelijk christelijke signatuur minder vaak een indicatie aan. Verschillen in indicaties kunnen samenhangen met de aanwezigheid in de regio van specifieke zorg, met het percentage bijstandsuitkeringen en hoe lang mensen mantelzorg kunnen krijgen.

Verzilvering

Of ouderen dan ook de zorg afnemen waarop zij recht hebben (het verzilveren) verschilt ook. Over het algemeen verzilvert de categorie mensen met de laagste Wlz-indicatie, vv-4, het minst. Zij kunnen zich met reguliere hulp thuis het langst redden. Regionaal zien we in sommige stedelijke gebieden zoals in het westen een lager verzilveringspercentage. Maar dat verband is niet in elke regio te leggen. Wel zien we dat de lengte van de wachtlijsten samenhangt met de mate van verzilvering.

Zorggebruik

Om het zorggebruik per regio in kaart te brengen hebben we gekeken naar de dagelijkse zorgkosten. Deze zijn het hoogst in regio’s waar de Wlz-zorg bovengemiddeld via een zorgzwaartepakket (zzp’s) wordt geleverd. Het verschil tussen de goedkoopste zorgkantoorregio Midden Brabant (€ 194,70) en de duurste zorgkantooregio Waardenland (€ 217,31) is € 22,61 per dag. Bij de lichtere indicaties leveren zorgaanbieders zorg via meerdere verschillende leveringsvormen. Hierdoor zijn er grote kostenverschillen tussen regio’s. Bij de zwaardere indicaties is dat niet zo.

Wachtenden

Als laatste hebben we gekeken naar de toegankelijkheid van de zorg, op basis van de wachtlijsten per regio. In het noorden van het land wachten ouderen het minst op zorg. Wachtenden zijn over het algemeen vaak niet-actief: zij willen verhuizen naar de instelling van hun voorkeur of zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Per zorgprofiel zijn er ook verschillen, omdat zorgkantoren doorgaans kijken naar de urgentie van de aanvraag. Mensen met een vv4-profiel wachten dus het langst. Zij zijn ook bereid dat te doen om zo bij hun voorkeursaanbieder terecht te kunnen.

Deze uitkomsten sluiten aan bij ons eerder verschenen advies over passende zorg. De NZa wil de zorgkantoren uitnodigen op basis van deze uitkomsten in gesprek met elkaar te gaan. Zo kunnen zij van elkaars goede voorbeelden leren en meer onderling samenwerken. Zo kan een zorgkantoor leren van een ander zorgkantoor om meer zorg via een volledig pakket thuis in te kopen in plaatst van een zzp. Wij verwachten van zorgkantoren en zorgaanbieders dat ze intensief samenwerken en aan de hand van het beschikbare zorgaanbod afstemmen waar cliënten terecht kunnen. Ook kunnen de zorgkantoren de bevindingen meenemen bij de uitwerking van acties volgend op hun regioplannen waarin onder meer gekeken is naar de bouwopgave per regio.