CBb: Apotheker mag een magistrale bereiding declareren, ook als die al op de markt is

Apothekers mogen ook apotheekbereidingen declareren van medicijnen waarvan al een  gelijkwaardig geregistreerd geneesmiddel op de markt is. Het gaat daarbij om middelen met dezelfde combinatie van werkzame stof, dosering en toedieningsvorm. Apothekers moeten uiteraard wel voldoen aan de inhoudelijke criteria voor magistrale bereidingen. Dat volgt uit een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) wordt daarin in het gelijk gesteld.

Magistrale bereiding
©SSK

De Nederlandse Zorgautoriteit maakt sinds 2019 ook de declaratie mogelijk van magistrale bereidingen waarvoor een equivalent geregistreerd geneesmiddel middel op de markt verkrijgbaar is. Tot en met 31 december 2018 gold als voorwaarde bij het in rekening brengen van de deelprestaties voor magistrale bereidingen dat er geen equivalent geregistreerd geneesmiddel in de handel verkrijgbaar mocht zijn. 

In september 2018 tekende een aantal partijen bezwaar aan bij de NZa tegen deze wijziging van de regelgeving. Partijen voerden onder meer aan dat de aanpassing niet rechtmatig zou zijn op grond van geldende nationale en Europese wet- en regelgeving. Het effect ervan zou onder meer zijn dat de in de handel beschikbare geneesmiddelen oneerlijk concurrentie krijgen van volgens partijen kwalitatief minder goede magistraal bereide middelen. Vervolgens zijn partijen in januari 2019 in beroep gegaan bij het CBb. Dat  heeft nu uitspraak gedaan en de NZa in het gelijk gesteld. 

Ziekenhuisfarmacie

Momenteel bereidt de NZa ook een beleidswijziging voor met betrekking tot de intramurale farmacie (ziekenhuisfarmacie). Die heeft tot doel een onnodige belemmering weg te nemen voor het declareren van apotheekbereidingen. Naar verwachting treedt deze wijziging in werking vanaf 1 januari 2021.