Traject nieuwe bekostiging verpleeghuiszorg uitgesteld tot najaar

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft besloten het vervolgtraject van de ‘integrale vergelijking’ uit te stellen tot september dit jaar, vanwege de corona-uitbraak. Verpleeghuizen die hebben meegewerkt aan de nulmeting van de integrale vergelijking ontvangen deze week wel een individuele rapportage.

integrale vergelijking
©PM

De NZa zou in juni 2020 een advies aanleveren aan VWS over de toekomstige bekostiging van de verpleeghuiszorg. In het najaar van 2019 hebben we een data-uitvraag gedaan (een nulmeting) onder zorgaanbieders, om een nieuw model te testen dat in de toekomst moet leiden tot individuele tarieven: ‘de integrale vergelijking’. We zouden de resultaten van de nulmeting deze maand delen en voor het advies aan de minister duiden met het veld.

Door de coronacrisis staan verpleeghuizen nu onder grote druk. Prioriteit ligt nu bij goede zorg voor de cliënten. Om die reden hebben we in samenspraak met het ministerie van VWS besloten om de duiding met de sector en het vervolgadvies aan het ministerie van VWS uit te stellen tot het najaar. Hiertoe zal het ministerie op korte termijn een uitstelbrief versturen. De zorgaanbieders die hebben meegewerkt aan de uitvraag, ontvangen in deze week wel alvast een individuele terugkoppeling via een digitale presentatie.

We hebben eerder in het traject nadrukkelijk aangegeven eerst in gesprek te willen gaan met zorgaanbieders over de eerste ervaring met de integrale vergelijking. Pas na duiding met de sector gaan we over tot een advies aan de minister van VWS over eventuele doorontwikkeling van het model. Dit is dan ook de voornaamste reden om het traject uit te stellen.

Marian Kaljouw, bestuursvoorzitter van de NZa, licht de beslissing toe:

“We begrijpen goed dat verpleeghuizen op dit moment andere prioriteiten hebben. De input van de sector is echter een zeer relevant onderdeel van ons advies aan de minister van VWS over de toekomstige bekostiging van de verpleeghuiszorg. We hechten eraan dat ook alle zorgaanbieders, als de tijd daar rijp voor is, in alle rust kunnen meepraten over de uitkomsten en het vervolg van de integrale vergelijking.”