Ongecontracteerde wijkverpleging ontmoedigd, minutenregistratie neemt snel af

Zorgverzekeraars ontmoedigen ongecontracteerde wijkverpleging actief. We zien dat ze aanvullende voorwaarden stellen aan zorgaanbieders die geen contract hebben. Ook zien we dat 44% van de zorgaanbieders al met de nieuwe registratiemethode werkt. Dat blijkt uit de monitor contractering wijkverpleging 2019 van de Nederlandse Zorgautoriteit. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars in de wijkverpleging hebben samen met het ministerie van VWS in het hoofdlijnenakkoord wijkverpleging 2019-2022 afgesproken de ongecontracteerde zorg terug te dringen. Dit pakken zorgverzekeraars voortvarend op.

Zorgverzekeraars verwachten zelf dat in 2019 de uitgaven aan ongecontracteerde wijkverpleging van € 346 miljoen naar € 269 miljoen dalen ten opzichte van 2018. Om ongecontracteerde zorg te ontmoedigen moeten de zorgaanbieders zonder contract bijvoorbeeld een machtiging aanvragen voor ze de zorg mogen leveren aan de cliënt. Ook kunnen ze de zorg niet rechtstreeks declareren bij de zorgverzekeraar, maar moet de cliënt de rekening zelf voorschieten. We constateren dat zorgverzekeraars nog betere informatie kunnen geven aan hun verzekerden over de nadelen van ongecontracteerde zorg. We zien daarnaast dat in het eerste jaar al 44% van de zorgaanbieders in de wijkverpleging de nieuwe registratiemethode gebruikt. Het grootste deel van deze zorgaanbieders stapte ook al af van de minutenregistratie. Dit zorgt voor minder administratieve lasten voor hen, waardoor ze meer tijd kunnen besteden aan hun cliënten.

Behoefte aan wijkverpleging verandert

Mensen blijven langer thuis wonen en de zorg die zij nodig hebben wordt complexer. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars zullen hierop moeten inspelen. Dat kunnen ze het beste doen als ze contracten met elkaar sluiten waarin zij afspraken maken over de kwaliteit en betaalbaarheid van de zorg. Zo kunnen zij samen iets bereiken op thema’s zoals de juiste zorg op de juiste plek, kwaliteit, wachttijden en administratie. Dit betekent niet dat zorgverzekeraars met alle zorgaanbieders een contract hoeven te sluiten en zeker niet als deze zorgaanbieders niet handelen in het belang van de cliënt.

Cliëntenstops

In de monitor staan een groot aantal aanbevelingen en conclusies, onder meer over de cliëntenstops. We zien dat de meeste cliëntenstops ontstaan door onzekerheid over de inkoop van extra zorg als een zorgaanbieder zijn omzetplafond bereikt. Zorgaanbieders geven bij ons aan dat zorgverzekeraars de voorwaarden hiervoor niet goed communiceren en dat zorgverzekeraars veel tijd nodig hebben voor een beslissing. Wij vinden het in het belang van de cliënt dat het proces fatsoenlijk en snel verloopt.  En als NZa gaan we beoordelen of zorgverzekeraars de beslistermijn en de voorwaarden voor bijcontractering duidelijk aangeven. Zorgaanbieders kunnen hun verzoeken voor bijcontractering beter plannen als zij verwachten binnen afzienbare tijd hun omzetplafond te overschrijden en dit aan kunnen tonen. De zorgverzekeraar moet hier dan tijdig op reageren door meer in te kopen of cliënten naar een andere zorgaanbieder  te bemiddelen.

Integraal tarief

Bijna alle zorgaanbieders maken in het contract met de zorgverzekeraar gebruik van integrale tarieven voor verpleging en verzorging. Omdat dit integrale tarief voor een deel gebaseerd is op de cliëntenpopulatie uit het verleden, kan dit ervoor zorgen dat het tarief niet toereikend is voor de zorg die zorgaanbieders leveren voor een zorgvraag die steeds complexer wordt. Wij verwachten van zorgverzekeraars dat zij een passend tarief bieden en de wachtproblematiek beter monitoren. Ook zien we graag dat e-health en innovatieve technologieën sneller van de grond komen die de kwaliteit van leven van cliënten kunnen verhogen en de juiste zorg op de juiste plek kan stimuleren. Zorgverzekeraars moeten zich daarbij niet alleen beperken tot de grote zorgaanbieders.