Rechter steunt mogelijkheid voor intensieve samenwerking geboortezorg

In steeds meer regio’s experimenteren ziekenhuizen, verloskundepraktijken en kraamverzorgenden met intensieve samenwerking om integrale zorg te kunnen bieden aan zwangere vrouwen en hun kind. Deze experimenten mogen doorgaan, stelde het College voor Beroep in het bedrijfsleven (CBb). Een belangrijke uitspraak vindt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), omdat het doel van deze intensieve samenwerking is om de zorg voor moeder en kind te verbeteren en vermijdbare babysterfte tegen te gaan. 

Zwangere vrouw met partner kijkt naar echo met specialist

Proefprocessenfonds (nu: Bureau) Clara Wichmann wilde de mogelijkheid om samen te werken in integrale geboortezorgorganisaties stopzetten en stapte daarom naar de rechter. Het bureau is van mening dat de intensieve samenwerking tot problemen zou kunnen leiden in de zorg en de keuzevrijheid voor zwangere vrouwen. Clara Wichmann heeft niet aantoonbaar kunnen maken welke problemen dit dan zijn en waar deze problemen zich voordoen, oordeelt het CBb in haar uitspraak

NZa stimuleert intensieve samenwerking geboortezorg

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is blij met deze uitspraak. Marian Kaljouw: “Samenwerken is essentieel om de kwaliteit van onze zorg hoog te houden. Dat willen wij als NZa dan ook op alle mogelijke manieren stimuleren. We zien dat steeds meer aanbieders van geboortezorg zoeken naar manieren om hun samenwerking te intensiveren en de zorg voor de zwangere vrouw en haar kind zo goed mogelijk te organiseren. Wij steunen dat met de regels voor deze integrale geboortezorgorganisaties (IGO’s). Dat is nu nog in een experimentele fase en niet verplicht: samenwerking kan ook nog steeds op een andere manier worden georganiseerd. Uiteraard zullen wij de effecten van de experimenten heel goed evalueren, maar we zijn blij met de steun van de rechter voor deze intensieve samenwerking in de geboortezorg. Als deze manier van samenwerken leidt tot betere zorg voor moeder en kind, dan willen we dat zoveel mogelijk aanbieders in de geboortezorg hieraan mee gaan werken.”