De klacht die een apotheekhoudend huisarts indiende over het onderzoek inkoopvoordelen en praktijkkosten onder apotheekhoudenden in 2008 van de Nederlandse Zorgautoriteit is grotendeels ongegrond. Dat concludeert de Nationale Ombudsman in een rapport.
Een apotheekhoudend huisarts vond dat de NZa hem in 2008 in het onderzoek naar apotheekhoudenden vragen had gesteld die achteraf niet relevant bleken te zijn. Bovendien meende hij dat de NZa voor sommige vragen over gemaakte kosten genoegen nam met aannames. Tenslotte oefende de NZa volgens de huisarts teveel druk uit om met spoed de vragen te beantwoorden en is de huisarts niet tevreden over hoe de NZa zijn klacht heeft afgehandeld.
Uit het onderzoek van de Nationale Ombudsman blijkt dat de klachten ongegrond zijn, met uitzondering van de afhandelingsduur van de klacht. Het aantal vragen dat achteraf niet is gebruikt, is beperkt. Bovendien concludeert de Ombudsman dat de wijze van onderzoeken niet te belastend is geweest voor de huisarts en dat de periode die hij kreeg om aan het onderzoek mee te doen voldoende ruimte bood. Hoewel de NZa te lang deed over het behandelen van de klachtenbrieven van de huisarts, is de klachtenprocedure verder correct doorlopen, vindt de Ombudsman.
De Ombudsman adviseert de NZa in het rapport om te onderzoeken of er verbeteringen kunnen worden aangebracht in de communicatie tussen NZa en deelnemers aan verplichte onderzoeken. Inmiddels heeft de NZa naar aanleiding van de klacht haar werkwijze aangepast. De NZa geeft binnen drie maanden een officiƫle reactie op het rapport.