De standaardprijslijst

Om de kosten van zorg zichtbaarder te maken, zijn zorgaanbieders in een geliberaliseerde markt door de NZa verplicht om een standaardprijslijst in de praktijk op te hangen. Op die manier krijgen consumenten inzicht in de geldende tarieven, ook wanneer zij een behandeling wensen van een zorgaanbieder die geen contract heeft met hun zorgverzekeraar. 

Doel
Het doel van een standaardprijslijst is dat zorgaanbieders de consument tijdig en zorgvuldig informeren over de tarieven die ze voor prestaties (zorg) in rekening brengen. De standaardprijslijst geeft inzicht in de tarieven voor niet-verzekerde patiënten of voor verzekerde patiënten waarvan de zorgverzekeraar geen contract heeft afgesloten met de betreffende zorgaanbieder.

Wanneer een standaardprijslijst verplicht is
Een zorgaanbieder is verplicht om een standaardprijslijst bekend te maken wanneer hij één of meer prestaties levert die onder de Wet Marktordening Gezondheidszorg (WMG) vallen en waarvoor een vrij tarief geldt. Welke aanbieders dit zijn, leest u op de pagina Stand van zaken.

Hieronder leest u meer over de eisen die de NZa
stelt aan prijslijsten.

Voorwaarden
Een standaardprijslijst moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

  1. De standaardprijslijst voorziet in één tarief per prestatie.
  2. De standaardprijslijst vermeldt alle prestaties waarvoor de betreffende zorgaanbieder een tarief in rekening kan brengen.
  3. De standaardprijslijst bevat per prestatie de meest recente tarieven en heeft een ingangsdatum waarop deze in werking treedt. De ingangsdatum geldt voor alle tarieven op de standaardprijslijst.

Informeren van consumenten

  1. Het is voor consumenten mogelijk om voor aanvang van de behandelingsovereenkomst op eenvoudige wijze kennis te nemen van de standaardprijslijst.
  2. De standaardprijslijst hangt op een voor consumenten duidelijk zichtbare plaats in de praktijk van de zorgaanbieder.
  3. Desgevraagd stelt de zorgaanbieder consumenten via de telefoon op de hoogte van de tarieven, zoals genoemd op de standaardprijslijst.
  4. Desgevraagd doet de zorgaanbieder consumenten binnen achtenveertig uur per post dan wel digitaal de standaardprijslijst toekomen.

Verantwoordelijkheid

  1. Indien een zorgaanbieder in loondienst is, draagt de werkgever zorg voor uitvoering van de in deze regeling genoemde bepalingen.
  2. Indien een zorgaanbieder in een maatschap werkzaam is en niet zelf de tarieven bepaalt of in rekening brengt, draagt de maatschap zorg voor de uitvoering van de in deze regeling genoemde bepalingen.

- Een voorbeeld: sjabloon standaardprijslijst fysiotherapie

Hoe de NZa de prijslijsten controleert
De NZa heeft, in samenwerking met de FIOD-ECD, eind 2006 en begin 2007 praktijken van fysiotherapeuten bezocht om te controleren of de standaardprijslijst op een voor de patiënt duidelijk zichtbare plaats in de praktijk hangt. Voor de controle in 2006 heeft de NZa een enquête onder patiënten gehouden. Uit deze enquête bleek dat slechts 20% van de patiënten met zekerheid kon zeggen dat er een prijslijst in de praktijk aanwezig was. 40% wist zeker dat er geen prijslijst hing. De NZa vond deze percentages reden om te gaan handhaven. In november 2006 heeft de NZa alle 8000 fysiotherapeuten geïnformeerd over het voornemen de ophangplicht van de standaardprijslijst te handhaven. In december 2006 heeft de FIOD ECD namens de NZa een zogenaamde nulmeting gehouden bij 250 praktijken. Een kwart van deze praktijken (64 praktijken) voldeed niet aan de ophangplicht. Deze praktijken kregen een herinneringsbrief.

Herhaalde controle
In februari en maart 2007 controleerde de FIOD ECD in samenwerking met de NZa opnieuw een aantal praktijken van fysiotherapeuten. De 64 praktijken die bij de nulmeting niet aan de ophangplicht voldeden, kregen opnieuw bezoek. Hiervan had 9% (5 praktijken) nog steeds geen prijslijst hangen. Deze praktijken hebben daarom een aanwijzingsbeschikking ontvangen dat zij binnen twee weken aan de verplichting moeten voldoen. Zo niet, dan legt de NZa een last onder dwangsom op. Daarnaast zijn 64 praktijken gecontroleerd in de provincies die bij de nulmeting het "slechtst" scoorden. Hiervan voldeed wederom een kwart (16 praktijken) niet. Deze praktijken hebben ook een aanwijzingsbeschikking ontvangen. In mei 2007 heeft de FIOD ECD de praktijken die een aanwijzingsbeschikking hebben ontvangen opnieuw gecontroleerd. Tijdens deze controles bleek dat in alle praktijken een prijslijst hing.

Steeds meer praktijken voldoen aan ophangplicht
In juni 2007 heeft de NZa opnieuw een aantal praktijken in verschillende steden gecontroleerd. De controle was bedoeld als een zogenaamde éénmeting. Aan deze controle waren geen consequenties verbonden voor de fysiotherapeuten. Voordat de controles werden uitgevoerd heeft de NZa het Koninklijk Nederlands Genootschap voor fysiotherapie (KNGF) gevraagd hun leden nogmaals op te roepen om de prijslijst op te hangen. Het KNGF heeft middels een mailing hun achterban benaderd. Bij 82% van de bezochte praktijken was de prijslijst aanwezig. Bij de éénmeting voldeden er dus meer praktijken aan de verplichting dan bij de nulmeting en de toezichtactie.

Uit de bovenstaande ervaringen blijkt dat handhaven effectief is. De NZa blijft daarom praktijken controleren.