Een apotheker uit Breskens tekent alsnog een contract met zorgverzekeraar CZ. De rechter besloot woensdag 12 mei 2010 dat deze apotheker hierdoor niet meer met spoed een contract hoeft af te sluiten met één van de andere zorgverzekeraars (waaronder Menzis). De NZa oordeelt positief over het contract met CZ omdat de meerderheid van de consumenten in Breskens nu toegang krijgt tot de medicijnen waar ze volgens hun polis recht op hebben.
Het afgelopen jaar zijn er in het algemeen meer contracten gesloten tussen zorgverzekeraars en apothekers. De NZa vindt dat een positieve ontwikkeling: het is van groot belang dat iedere zorgverzekeraar het middel van selectieve inkoop moet kunnen inzetten in het belang van zijn verzekerden. De NZa betreurt dan ook dat dit voor verzekerden van Menzis in die regio nog niet kan.
Preferentiebeleid houdt premie betaalbaar
Zorgverzekeraars hebben in het huidige zorgstelsel de taak zorg in te kopen voor de consument. Verzekeraars die het zogenoemde preferentiebeleid voeren, vergoeden enkel het geneesmiddel met de laagste prijs uit een groep van middelen met dezelfde werkzame stof. Door het preferentiebeleid zijn geneesmiddelenfabrikanten sterk met elkaar op prijs gaan concurreren. De kostenvoordelen die verzekeraars met hun beleid behalen, zorgen voor een minder harde stijging van de kosten voor gezondheidszorg en leveren daarmee financiële voordelen op voor de consument, die vertaald worden in de premie. De NZa komt in dit geval dus op voor het publieke belang betaalbaarheid.
Aanmerkelijke marktmacht
De rechter was het eens met de NZa dat de apotheek een machtspositie in de regio heeft. Dit ondersteunt het uitgebreide onderzoek van de NZa naar Aanmerkelijke Markmacht (AMM) van deze apotheker. De resultaten hiervan zijn in het najaar van 2010 beschikbaar.
Om vast te stellen of er sprake is van aanmerkelijke markmacht, moet onder andere de geografische- en de productmarkt worden afgebakend en worden vastgesteld wat de positie van de partij is op de markt. Vervolgens moet worden bekeken wat het mededingingsprobleem is en welke negatieve gevolgen consumenten hiervan ondervinden. Als blijkt dat het vermoeden van aanmerkelijke marktmacht bevestigd wordt, krijgt de partij verplichtingen opgelegd om dit probleem op te lossen. Dit kan bijvoorbeeld het transparant maken van informatie zijn, het delen van bepaalde voorzieningen of het tekenen van een contract.
Samenwerking NZa-NMa
De NZa werkt in dit soort zaken samen met de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), daarvoor bestaan werkafspraken tussen de NZa en NMa.
Klachten
De NZa krijgt geregeld klachten over zowel zorgverzekeraars als zorgaanbieders die zouden beschikken over AMM. De besluiten die de NZa neemt naar aanleiding van deze klachten zijn te vinden op de website van de NZa. Bij de afweging om een klacht in behandeling te nemen, neemt de NZa onder meer de volgende factoren mee;
- Is er sprake van een redelijk vermoeden van AMM?
- Wat is het consumentenbelang?
- Wat is de ernst van de situatie?
- Is optreden door de NZa doelmatig en doeltreffend?
Heeft u een vermoeden van aanmerkelijke marktmacht, dan kunt u dit melden via ons meldpunt.