Veelgestelde vragen

De NZa krijgt veel vragen van zorginstellingen over uiteenlopende onderwerpen. Hieronder de meest gestelde vragen op een rij.

  • Veelgestelde vragen over BTW in verband met de gewijzigde Wet op de omzetbelasting per 1 januari 2008
  • Veelgestelde vragen Kapitaallasten extramurale zorgprestaties, met daarin o.a.:
    -    Verklaring van de correctie;
    -    Compensatiemogelijkheid bij de nacalculatie;
    -    Rol van het zorgkantoor.
    -    Bijlage: rekenvoorbeelden verwerking correctie
    • Hoe komt het prijsindexcijfer voor personele kosten tot stand?

      De indexering van de personele kosten gebeurt op basis van een percentage dat de overheid vaststelt: de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). Het Centraal Planbureau berekent het percentage op basis van de CAO's en loonkostenontwikkeling in de markt. Het OVA-percentage is rond de maand juli bekend en wordt met terugwerkende kracht naar 1 januari in de budgetten verrekend. Dit kan tot een inhaaltoeslag leiden.

      Het prijsindexcijfer personele kosten bedroeg in de jaren 2000 tot en met 2009:

      2000  4,03%
      2001  5,67%
      2002  6,04% (6,46% voor ziekenhuizen)
      2003  3,20%
      2004  1,65%
      2005  0,92% (1,28% voor de gehandicaptenzorg)
      2006  0,84%
      2007  2,42%*
      2008  4,07%
      2009  3,42%
      2010  1,75%

      *Dit percentage is aangepast van 2,32% naar 2,42% naar aanleiding van een uitspraak van de Haagse rechter in een kort geding op 3 oktober 2007 tegen het ministerie van VWS.

      Het voorlopige prijsindexcijfer personele kosten voor 2011 is 1,25%.

      Sluiten
    • Wat houdt het prijsindexcijfer materiële kosten in?

      Met ingang van 1998 worden voor zorginstellingen en beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg de materiële kosten en de investeringen in inventaris trendmatig aangepast op basis van het prijsindexcijfer particuliere consumptie uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau. Het definitieve percentage voor een bepaald jaar is rond de maand juli van dat jaar bekend. De indexering wordt met terugwerkende kracht naar 1 januari in de budgetten verwerkt en door een inhaaltoeslag in de tarieven verrekend. Het prijsindexcijfer materiële kosten bedroeg in de jaren 2001 tot en met 2010:

      Jaar      Prijsindexcijfer
       
      2001     3,28
      2002     2,01
      2003     1,99
      2004     0,78
      2005     1,42
      2006     2,47
      2007     1,51
      2008     2,68* 
      2009     0,87
      2010    -0,31

       *De aanpassing van de budgetten van de aanbieders in de Care (2008) is slechts 1,65% vanwege een efficiencykorting.

      Het voorlopige prijsindexcijfer materiële kosten voor 2011 is 1,0%.

      Sluiten
    • Hoe zijn de praktijkkosten in de huidige tarieven van de vrije beroepsbeoefenaren opgebouwd?

      Door het aanklikken van één van de onderstaande links krijgt u een overzicht van de praktijkkosten in de huidige tarieven van de gekozen beroepsgroep. 

      Sluiten