De prijsindexcijfers zijn gebaseerd op percentages die het Centraal Planbureau berekent. De prijsindexcijfers voor personele kosten en materiaal zijn jaarlijks bekend rond de maand juli en worden met terugwerkende kracht naar 1 januari in de budgetten verwerkt. Het indexcijfer voor de kostenbedragen van (DBC-) zorgproducten van een jaar is bekend in het laatste kwartaal van het voorafgaande jaar.
Dit is de jaarlijkse indexering van de kostenbedragen voor de (DBC-)zorgproducten waarvoor een vast tarief geldt. Deze bedragen worden trendmatig aangepast met een gewogen gemiddelde index voor loon- en materiële kosten. Ook de tarieven in de Tarieflijst Instellingen (Zvw) worden met dit indexcijfer geïndexeerd
De indexering voor een bepaald jaar is gebaseerd op de voorcalculatie voor datzelfde jaar (t) en de nacalculatie van het jaar ervoor (t-1). Daarbij wegen de materiële kosten voor een derde deel mee, en de loonkosten voor tweederde. Regels voor deze berekeningen zijn vastgelegd in de beleidsregel Prestaties en tarieven medisch specialistische zorg en de beleidsregel Calculatieschema.
Recente indexcijfers voor de kostenbedragen van (DBC-)zorgproducten:
Jaar Indexcijfer
2009 2,47%
2010 1,56%
2011 1,40%
2012 3,16%
2013 1,93%
Met ingang van 1998 worden voor zorginstellingen en beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg de materiële kosten en de investeringen in inventaris trendmatig aangepast op basis van het prijsindexcijfer particuliere consumptie uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau. Het definitieve percentage voor een bepaald jaar is rond de maand juli van dat jaar bekend. De indexering wordt met terugwerkende kracht naar 1 januari in de budgetten verwerkt en door een inhaaltoeslag in de tarieven verrekend. Het prijsindexcijfer materiële kosten bedroeg in de jaren 2001 tot en met 2012:
Jaar Prijsindexcijfer
2001 3,28%
2002 2,01%
2003 1,99%
2004 0,78%
2005 1,42%
2006 2,47%
2007 1,51%
2008 2,68%*
2009 0,87%
2010 -0,31%
2011 1,98%
2012 2,41%
2013 0,75 (voorlopig)
Het voorlopige prijsindexcijfer materiële kosten voor 2013 is 0,75%.
Dit cijfer is door het Ministerie van VWS beleidsmatig vastgesteld, waarbij het ramingscijfer van het CPB als input dient. De ervaring uit de laatste jaren is dat VWS ervoor kiest om het voorlopige prijsindexcijfer niet gelijk te stellen aan het ramingscijfer van het CPB.
*De aanpassing van de budgetten van de aanbieders in de Care (2008) is slechts 1,65% vanwege een efficiencykorting.
Dit is de jaarlijkse indexering van de honorariumcomponenten voor de
(DBC-)zorgproducten in het A- en B-segment. Deze componenten worden trendmatig aangepast met een gewogen gemiddelde index voor loon- en materiële kosten.
De indexering van de honorariumcomponenten voor een bepaald jaar is gebaseerd op de voorcalculatie voor datzelfde jaar (t) en de nacalculatie van het jaar ervoor (t-1). Daarbij wegen de materiële kosten voor 36,9% mee en de loonkosten voor 63,1%. Regels voor deze berekeningen zijn vastgelegd in de beleidsregel Prestaties en tarieven Medisch Specialistische Zorg en de beleidsregel Calculatieschema.
Jaar Prijsindexcijfer
2009 02,95%
2010 -0,36%
2011 0,72%
2012 0,70%
2013 1,34%
De indexering van de personele kosten gebeurt op basis van een percentage dat de overheid vaststelt: de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). Het Centraal Planbureau berekent het percentage op basis van de CAO's en loonkostenontwikkeling in de markt. Het OVA-percentage is rond de maand juli bekend en wordt met terugwerkende kracht naar 1 januari in de budgetten verrekend. Dit kan tot een inhaaltoeslag leiden.
Het prijsindexcijfer personele kosten bedroeg in de jaren 2000 tot en met 2012:
2000 4,03%
2001 5,67%
2002 6,04% (6,46% voor ziekenhuizen)
2003 3,20%
2004 1,65%
2005 0,92% (1,28% voor de gehandicaptenzorg)
2006 0,84%
2007 2,42%*
2008 4,07%
2009 3,42%
2010 1,75%
2011 3,11%
2012 2,95%
2013 0,75% (voorlopig)
Het voorlopige prijsindexcijfer personele kosten voor 2013 is 0,75%.
Dit cijfer is door het Ministerie van VWS beleidsmatig vastgesteld, waarbij het ramingscijfer van het CPB als input dient. De ervaring uit de laatste jaren is dat VWS ervoor kiest om het voorlopige prijsindexcijfer niet gelijk te stellen aan het ramingscijfer van het CPB.
*Dit percentage is aangepast van 2,32% naar 2,42% naar aanleiding van een uitspraak van de Haagse rechter in een kort geding op 3 oktober 2007 tegen het ministerie van VWS.
Sluiten