Rechter stelt NZa in het gelijk
De rechter heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in het gelijk gesteld in een kort geding dat de Orde van medisch specialisten (OMS) en vijf wetenschappelijke verenigingen hebben aangespannen. Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) ziet op dit moment onvoldoende gronden om de generieke korting te verbieden. De OMS en de verenigingen maken bezwaar tegen de verlaging van de tarieven van medisch specialisten. In deze tarieven heeft de NZa in opdracht van minister Klink een generieke korting op de honoraria verwerkt.
Het CBB vindt de tariefbeschikkingen niet onrechtmatig. Zonder diepgaand onderzoek kan zij geen verantwoorde conclusie trekken over de omvang van de overschrijding van het Budgettair Kader Zorg en daarmee de korting. Bovendien is de korting in het belang van de consument en dit gaat boven het belang van de vrijgevestigde medisch specialisten. Tot slot treft het CBB geen voorlopige voorziening omdat zij vindt dat de medisch specialisten voldoende financiële ruimte hebben. De continuïteit van zorg komt dan ook niet in gevaar.
De wetenschappelijke verenigingen hebben ook om een voorlopige voorziening gevraagd tegen de generieke korting, zij willen een korting per specialisme. Het CBB vindt dat de NZa nogmaals naar de mogelijkheden voor differentiatie van de korting op de honoraria moet kijken. De medisch specialisten moeten hier omzetgegevens voor aanleveren.
Bezwaarprocedure
Naast het aanvragen van een voorlopige voorziening bij het CBB hebben de OMS en de wetenschappelijke verenigingen een bezwaar ingediend bij de NZa. Op 10 februari vindt een hoorzitting plaats. Tijdens deze hoorzitting stelt de NZa de betrokkenen in staat om hun bezwaar tegen de nieuwe tarieven nader toe te lichten. Na alle argumenten te hebben gehoord zal de NZa een beslissing op bezwaar nemen.